‘Jongeren kun je heel enthousiast maken’

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Hoe maak je het vak aantrekkelijker voor de nieuwe generatie? Hoe wek je hun interesse? Een gesprek met Frank Ruinard van Ruinard Hoveniers in Randwijk over het aanspreken en opleiden van jongeren. en over kwaliteit in het werk, klantgerichtheid en omgaan met verwachtingen.

Een beetje verscholen in de boekenkast staat de oorkonde, uitgereikt door de SBB (Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). ‘Hier werkt een praktijkopleider met passie’, staat erop. “Ze kwamen het begin juli brengen”, vertelt Frank Ruinard. “Een waardering voor onze inspanningen voor de hoveniersopleiding. We zijn aangemeld door twee docenten en een leerling.”

Eerder al werd Ruinard Hoveniers benoemd tot Excellent Leerbedrijf, een predicaat van branchevereniging VHG. Daarmee is Ruinard de juiste man om te praten over de afnemende belangstelling van jongeren voor het hoveniersvak en over hoe je hun interesse kunt stimuleren. Het gaat met name om de eerste stap: “Als je eenmaal hun aandacht hebt, raken ze vaak heel enthousiast. Je moet dus manieren vinden om de vooroordelen over het vak te overstijgen.”

Jongeren interesseren Ruinard Hoveniers

Tuinfoto’s: Ruinard Hoveniers

Fervent ontwerper

Maar voor we aan de nieuwe generatie toekomen, vertelt Ruinard eerst over zijn eigen bedrijfsaanpak. Met veel enthousiasme: het klopt precies wat er op de oorkonde staat. Zijn vader startte het bedrijf in Randwijk (Overbetuwe) dertig jaar geleden; zijn moeder sloot vijftien jaar geleden aan en Frank trad in 2014 toe. Over een paar jaar doen de ouders een stap terug, tot ze zich uiteindelijk helemaal uit het bedrijf terugtrekken. “De werkzaamheden zijn verdeeld over zakelijk onderhoud, particulier onderhoud en aanleg. Ieder nemen ze 33 procent in beslag. Ik maak zelf zestig à tachtig tuinontwerpen per jaar; daar zijn we heel druk mee. Ze komen tot stand met een digitaal tekenprogramma”, vertelt hij. Zijn opleiding volgde hij aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Velp. Daarvoor twijfelde hij of hij niet beter een mbo-school kon doen. “De praktische kant van het vak trekt mij erg, ik ben niet iemand voor een kantoorbaan.”

Maar inmiddels blijkt een hbo-achtergrond toch niet verkeerd. “Mijn vader had al een uitgebreid klantennetwerk. Ik ging meedoen met de ontbijtgroep van het BNI-netwerk (Business Network International – ondernemers die elkaar inspireren en ondersteunen – TK). Daardoor kwam er een heel nieuwe klantengroep bij. Daar is het misgegaan”, zegt hij met een lach. De ondernemers kwamen op een gegeven moment namelijk om in het werk. “Inmiddels maken we bewust geen reclame meer. De klanten komen via mond-tot-mondreclame en ook steeds meer via de website.”

Sterke focus op tevreden klant

Het werk varieert van kleine opdrachten bij particulieren tot onderhoud van grote bedrijfsterreinen, dat vaak op de zaterdag plaatsvindt omdat dan de parkeerterreinen leeg zijn. Ruinard is voortdurend kritisch op zichzelf. “We houden onze positie door te allen tijde goed werk te leveren. We focussen erg op klanttevredenheid. Ook als het niet onze schuld is dat beplanting doodgaat, willen we die toch wel vervangen. Verder zorgen we voor een goede uitstraling: nette bussen, nette bedrijfskleding, de klant netjes te woord staan, afspraken altijd nakomen. We zoeken de jongens uit op sociale vaardigheid en in het begin krijgen ze nog een aanvullende zakelijke bijscholing. Als ze bijvoorbeeld te kortaf tegen de klant doen – of dat nu uit verlegenheid is of iets anders – geven we daar feedback op.”

Gastlessen

Tweeënhalf jaar geleden bood Ruinard zijn diensten aan bij Helicon Opleidingen, wat er uiteindelijk in resulteerde dat zijn bedrijf werd verkozen tot het beste Excellente Leerbedrijf. “Ik geef gastlessen, bijvoorbeeld over ontwerp, calculatie en omgang met de klant. Verder organiseren we bedrijfsexcursies en hebben we bij wijze van experiment een keer gewisseld: de docent hier op kantoor, ik voor de klas”, vertelt hij.

Best pittig, zo’n groep jongeren in de hand houden, ondervond hij. Van de andere kant voegt zijn ondernemersblik veel toe, ook bij de wat minder gemotiveerde leerlingen. Vroeger telde de school drie klassen van 25 leerlingen, nu is dat één klasje van vijftien. Zorgelijk, vindt Ruinard. De bbl (beroepsbegeleidende leerweg) trekt nog wel aardig wat mensen. “Maar ik ben toch meer een fan van de voltijdsopleiding. Ze kunnen nog hun hele leven werken; het is belangrijk om ook voldoende basis te krijgen”, zegt hij. De geringe belangstelling voor de groene sectoren is echt een generatieprobleem, denkt hij. Kinderen groeien op met digitale apparatuur en zijn veel minder buiten. “Ze kennen het hoveniersvak helemaal niet. Het wordt als zwaar gezien; alleen maar schoffelen en kruien. Wij proberen duidelijk te maken: er is zoveel meer. Het is juist een heel veelzijdig en afwisselend beroep.”

Vroeger was het inderdaad een zwaar vak, erkent de hovenier. Zijn vader groef vijvers nog met de hand uit. “Wij hebben nu vier kranen, twee shovels, twee trekkercombinaties – allemaal om het werk te verlichten. Je moet vooraf goed nadenken hoe je iets aanpakt. Als we traptreden moeten leggen, doen we dat met de kraan en vacuümzuigers. We tillen zo weinig mogelijk. Je kunt gemakkelijker personeel krijgen als je zorgt voor arbeidsverlichting.”

Jongeren interesseren voor hoveniersvak

Frank Ruinard: “Je moet manieren vinden om de vooroordelen over het vak te overstijgen.” Foto: Wilma Slegers

Jongeren interesseren

Meer jongeren naar de sector lokken vergt verschillende stappen. De laatste daarvan is mensen die al in het vak werken zien te behouden door oog te hebben voor leuk, gevarieerd en niet te zwaar werk. “En steek tijd in de begeleiding van mensen. Creëer uitdagingen, maak het werk interessant, complimenteer ze als ze iets mooi uitgevoerd hebben”, geeft hij aan.

“De scholen betrekken ons steeds meer bij de inspanningen om meer jongeren richting het vak te krijgen. We organiseren bijvoorbeeld open dagen met leuke activiteiten, zoals een grasmaaierrace of met de kraan een bierflesje openen. Over dat laatste hebben de oude leerlingen het nog steeds. Dus als ze hier zijn, lukt het best om ze enthousiast te maken. Maar het punt is: ze moeten wel eerst naar de open dag komen.”

Ruinard bezoekt zelf vmbo- en havo-scholen om voorlichting te geven over het hoveniersvak. Hij is jaloers op de goede landelijke reclamecampagnes voor de zorg en defensie. “Eigenlijk zou je voor de groene sector een vergelijkbare aanpak moeten volgen, maar de vakorganisaties hebben maar een beperkt budget. Een oplossing zou kunnen zijn om meer over de sectoren heen reclame te maken voor ‘stoere beroepen’”, oppert de ondernemer.

Zelf is hij gepassioneerd over het vak, maar passie voor je werk is een fenomeen dat maatschappijbreed terugloopt. “Daar heb ik wel zorgen over. Je ziet weinig leerlingen die uit zichzelf naar tuinen gaan kijken. Waarom is de ene mooi en de andere minder? Welke planten staan erin? De plantenkennis neemt sowieso af; stampen van Latijnse namen is heel onpopulair. Van de andere kant worden opdrachtgevers juist steeds kritischer. In het eerste jaar na de aanleg is de beplanting nog niet op volledige grootte. We hebben wel eens te horen gekregen: de planten zijn niet mooi, kun je die vervangen? Je moet daar alert op zijn en van tevoren meer uitleggen dan vroeger. Dat een tuin zich ontwikkelt en dat het even duurt voordat alles dichtgegroeid is.”

Het team van Ruinard Hoveniers. Foto: Ruinard Hoveniers

Onkruidbeheersing

Het gaat dus om wat de klant verwacht en hoe hij wordt voorbereid op wat hij mag verwachten. Dat speelt zeker bij bedrijventerreinen. Die waren de afgelopen jaren brandschoon, maar sinds het wegvallen van de chemische onkruidbestrijders is dat vrijwel niet meer te realiseren. “Ik ben wel voorstander van het afschaffen van chemische middelen, maar er is nog geen goed alternatief”, stelt Ruinard. “Met branden, stomen en borstelen krijg je het onkruid niet dood; bovendien is het niet verantwoord om jongens met een gasfles op de rug het terrein op te sturen om te gaan branden. Veel te gevaarlijk.” Toen de toelating van de onkruidmiddelen ophield, stuurde Ruinard alle klanten een mailing met de boodschap: ‘Wij mogen deze middelen niet meer gebruiken. Het gevolg zal zijn dat het beeld rommeliger wordt of dat het veel meer tijd kost om het op te knappen’. “Met grote zakelijke klanten gaan we in overleg over de nieuwe aanpak. We geven dan aan: het beeld wordt anders, is dat acceptabel? Hoeveel meer tijd mag het kosten om het netjes te maken?” Ook kaart hij structurele oplossingen aan. Het tuinontwerp was altijd gericht op chemisch onderhoud. Bij een nieuw ontwerp houdt hij nu rekening met de huidige mogelijkheden. Dat betekent: geen grind meer en tegels en oude klinkers afvoegen. Bij de beplanting rekening houden met de concurrentie van onkruid. “Dus geen grote oppervlakte geranium, waar het onkruid door omhoog kan schieten. Verstand van planten en hun ontwikkeling loont in dit geval zeker. Bij bestaande zakelijke tuinen zoeken we naar oplossingen om het onderhoud niet uit de hand te laten lopen. Herinrichting kan bijvoorbeeld een goede aanpak zijn. De kosten voor het eenmalig omvormen van bestrating en perken tot gazon worden vaak in het eerste onderhoudsjaar al terugverdiend.”

Hovenier als bouwcoördinator

Op de website laat de ondernemer foto’s van aansprekende projecten zien. Van klein (een paar honderd euro) tot heel groot (een paar ton), van romantisch tot heel strak, van daktuin tot park. “Een heel leuk project was bijvoorbeeld het ontwerp en aanleg van een particuliere tuin in Wijchen. Het was iemand die zelf duidelijke ideeën had: veel rechte lijnen, muurtjes en een overkapping. Bij zulke projecten coördineer je in feite een verbouwing en merkt dan dat het aantal vakmensen in de bouw afneemt; je komt soms fouten tegen. Het is eigenlijk niet je werk, maar om kwaliteit te kunnen blijven leveren, moet je als hovenier steeds meer kennis van aanpalende vakgebieden hebben.”

Tijs Kierkels

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 3 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.