Draag plagen manmoedig...

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Eerder schreef ik over onze kleine nuttige tuinhulpen, de regenworm, het lieveheersbeestje en de gaasvlieg. Nu wat vervelende plagen waarvoor weinig oplossingen zijn. In het gras hebben we vooral last van engerlingen en emelten. In de tuin is dat de larve van de taxuskever.

Ruud SnijdersDe engerling is de larve van de rozen-, mei-, juni-, salland- of mestkever en vreet aan voornamelijk aan graswortels. Hierdoor komt de grasmat los te liggen, wat vogels als kauwen en eksters aantrekt. Omdat zij alles omploegen, lijken zij schade te veroorzaken. Als je een engeling vindt (wit met een donker achterlijf en zes voorpoten), dan rolt hij zich op. Sommige engerlingen ontwikkelen zich in één jaar van larve tot kever, andere doen daar twee of wel vier jaar over. Daardoor keert schade steeds terug. Bovendien leggen de kevers die uit hun pop (zitten in de grond) komen vaak bij de uitvliegopening alweer eieren.

De meeste engerlingen zijn goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden (aaltjes). Deze zoeken de larven op en dringen bij hen binnen. In de dode larve ontstaat een nieuwe generatie nematoden die op zoek gaat naar nieuwe larven. Belangrijk hierbij is het goed vochtig houden van de bodem – houd dit minimaal drie weken vol! In droge grond kunnen de aaltjes zich namelijk niet verplaatsen. Zaai aangetaste plekken opnieuw in en strooi wat beendermeel om de wortelgroei te stimuleren. Het tijdstip van bestrijding is afhankelijk van de soort. Over het algemeen geldt dat als er veel actieve engerlingen zijn én de bodemtemperatuur hoger is dan 8 °C, de bestrijding zin heeft.

Voor de emelt (larve van de langpootmug) geldt een cyclus van een jaar. Hij is grijs en pootloos en 2 tot 4 cm lang. In augustus-september leggen de vrouwtjes hun eitjes die na tien tot veertien dagen uitkomen. Bestrijding kan vanaf september tot aan de eerste nachtvorst en in april-mei. De emelt eet bovengronds plantenmateriaal, precies op de grens van wortel en stengel-blad. In juni komen dan de langpootmuggen tevoorschijn.

Larven van de taxuskever zijn ivoorkleurig, sterk gekromd en bewegelijk, hebben een duidelijke bruine kop en geen poten. Volwassen taxuskevers voeden zich ‘s nachts en maken golfvormige inkepingen aan de rand van de bladeren en bloemen. Deze vraatschade is dikwijls het eerste teken van hun aanwezigheid. Om deze te monitoren heeft de WUR de Weevilgrip ontwikkeld, waarin de kevers zich verschuilen en zo gevangen kunnen worden. Ook deze larven voeden zich met de wortels van planten. Het betreft daarbij vooral rododendron, azalea, camelia, hedera, viburnum, taxus, geranium, hosta en eunonymus. Maar ook aardbeien kunnen veel last hebben. De grootste schade vinden we van maart tot oktober. De beplanting komt los te staan of toont verdrogingsverschijnselen (bij taxus vooral) en kan afsterven. Zorg voor goede groeiomstandigheden door beluchting en organische bemesting. Probeer kevers weg te vangen. Bestrijding van de larven kan ook met nematoden, in april-mei en daarna vanaf augustus tot aan de eerste nachtvorst.

Helaas halen we geen 100 procent bestrijding meer bij deze larven, waardoor het probleem zich volgend jaar weer kan voordoen. Is dat erg? Hmm, manmoedig mee omgaan maar. En een bestrijding met aaltjes standaard opnemen in het onderhoudsprogramma geeft voldoende effect om een mooie grasmat, planten of haag te houden.

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 2 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.