‘Duurzaam werken: samen vitaal oud worden’

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Ruim voordat duurzaamheid een trend werd, was het team van Rozenveld Hoveniers uit gieten al actief bezig om zo duurzaam mogelijk te werken. Niet zo verwonderlijk dus dat eigenaar Hans Rozenveld afgelopen januari in de prijzen viel op De Groene Sector Vakbeurs. Hij mocht de titel ‘Duurzaamste hovenier van Nederland’ in de categorie ‘met personeel’ in ontvangst nemen.

De vijftigjarige Hans Rozenveld stond zo’n achttien jaar geleden, samen met zijn broer Jan, aan de basis van Rozenveld Hoveniers. “Hoewel onze vader in de verzekeringsbranche werkte, hebben we toch van huis uit groene vingers meegekregen, waarschijnlijk door de landelijke omgeving op het Drentse platteland waar we zijn opgegroeid. Jan besloot de hoveniersopleiding te volgen, ik koos voor HTS Elektronische-informatietechniek. Na zijn opleiding werkte Jan bij BTL, maar wij vonden het een mooie stap om samen te gaan ondernemen. Daarom richtten we Rozenveld Hoveniers op en maakte ik ook de overstap naar de groenbranche.” De twee broers startten het bedrijf, dat in de loop der jaren een forse groei doormaakte, samen. Vorig jaar overleed Jan echter aan de gevolgen van kanker. Hans Rozenveld runt het hoveniersbedrijf, dat in het hoogseizoen vijftien medewerkers in dienst heeft, nu alleen. “Jan deed de commerciële kant van de zaak en verzorgde de planning. Na zijn overlijden heb ik deze taken overgenomen. Ik blijf in de toekomst ons bedrijf op dezelfde voet en op basis van ons gedeelde gedachtegoed voortzetten. Mijn broer en ik hebben altijd kwaliteit op nummer één gezet. We gaan niet voor de laagste prijs; dat past niet bij ons.”

Samen oud worden

Rozenveld HoveniersZo ‘gewoon’ als Rozenveld het beschrijft, is Rozenveld Hoveniers uit Gieten natuurlijk niet. Niet voor niets werd de onderneming afgelopen januari, tijdens De Groene Sector Vakbeurs, onderscheiden met de titel ‘Duurzaamste hovenier van Nederland’ in de categorie ‘met personeel’. Een mooie opsteker? “Zeker! Het mooie aan deze prijs vind ik dat er gekeken is naar het totaalplaatje. Het gaat niet alleen over welke duurzame materialen je toepast en met welke duurzame gereedschappen je werkt, maar ook over hoe duurzaam je met je mensen omgaat.”

Vitaliteit is een ‘hot item’ bij Rozenveld Hoveniers. “Wij proberen samen met onze medewerkers ‘gezond oud te worden’, dat is voor ons altijd al belangrijk geweest. Dat doen we onder meer door onze mensen zoveel mogelijk gereedschap te geven dat het werk lichter maakt. De moderne accugereedschappen zorgen voor minder trillingen en onze mensen krijgen geen uitlaatgassen in hun neus. Daarnaast laten we ons allemaal één keer per jaar prikken op de ziekte van Lyme; zo weten we waar we staan en kun je erger voorkomen.”

Geïnspireerd door Bokashi

Duurzaamheid was voor Hans en Jan Rozenveld al in 2007 een belangrijke pijler, lang voordat het een echte trend werd. “Toentertijd had de VHG een actie die volledig draaide om het hergebruik van groene reststomen op hoveniersbedrijven. Samen met enkele andere kleine hoveniersbedrijven werden we binnen dat VHG-traject uitgenodigd om deel te nemen aan een subsidietraject. Hierbij trokken we samen op met TNO.”

In eerste instantie kwam daar volgens de ondernemer niets uit; alles was te duur of te ingewikkeld of het waren methodes waar grote machines voor nodig waren. Totdat hij tegen het Bokashi-principe aanliep. “Bokashi is Japans voor ‘gefermenteerd organisch materiaal’ en gaat om het omzetten van organische resten tot bodemverbeteraar. Geïnspireerd door dat principe hebben we vervolgens onze eigen methode ontwikkeld om groene reststromen op ons eigen terrein te verwerken tot bodemverbeteraar. Anders dan bij Bokashi, waar met keukenmaterialen of materialen uit de landbouw wordt gewerkt, gebruiken wij groene reststromen uit de dagelijkse hovenierspraktijk. Het organische materiaal wordt door ons verkleind met een kleine shredder en een versnipperaar.”

Rozenveld schat dat zijn bedrijf inmiddels 70 procent van de eigen groene reststromen omzet tot bodemverbeteraar. “Hoofdzakelijk gebruiken we deze bodemverbeteraar weer in onze eigen projecten, maar we verkopen het soms ook aan particulieren of collega-hoveniers.”

Hergebruik

Een dergelijke werkwijze hoort volgens Rozenveld thuis in deze tijdsgeest. “Duurzaamheid is nu een hot item, maar voor ons is het een ingesleten gedachtegoed. Bij ons geldt letterlijk: wat we uit het ene project halen, passen we zoveel mogelijk toe in een ander. De een wil een nieuw tuinpad omdat die stenen er al jaren liggen, maar bij een ander kun je die stenen weer gebruiken als stapelmuur. Op deze manier kun je veel materialen hergebruiken.” Ook het gebruik van accugereedschap is bij Rozenveld Hoveniers eerder regel dan uitzondering. “Sommige hoveniers kijken vooral naar de kosten van een dergelijke investering. Maar ik zeg altijd: het betaalt zich vanzelf terug. Je hoeft immers nooit meer brandstof te kopen. Ook heel belangrijk: je mensen werken schoner en prettiger. En ook de klant is erbij gebaat. Wij kunnen bijvoorbeeld ’s ochtends vroeg beginnen omdat het accugereedschap veel stiller is en daardoor geen geluidsoverlast veroorzaakt in de wijk.”

Ambassadeurs van het vak

Rozenveld HoveniersVolgens Rozenveld is zijn bedrijf naast duurzaam vooral te typeren als ‘sociaal’. “Dat bekent in ons geval niet alleen luisteren naar de wensen van de klant, maar ook oprechte aandacht voor die klant. We zien in ons vak vaak ouderen die wat eenzaam zijn. Als je merkt dat iemand graag dat derde kopje koffie inschenkt, moet je daar de tijd voor nemen, vind ik. Daarbij draagt het bij aan tevreden klanten, waar je een langdurige relatie mee opbouwt.” Ook maatschappelijk verantwoord ondernemen valt onder de noemer ‘sociaal werken’, vindt Rozenveld. “We hebben een medewerker met een achterstand tot de arbeidsmarkt in huis en vinden het belangrijk om mensen vanuit sociaal perspectief kansen te bieden. Ook het feit dat personeel steeds moeilijker te vinden is, speelt hierin mee. Wij hebben vooralsnog geen tekort, maar dat komt ook omdat we veel werken met stagiairs en bbl’ers. De hoeveelheid goed personeel wordt wel een item waar we in de komende jaren als hoveniersbranche aan moeten werken. Het is belangrijk dat we mensen enthousiast weten te maken voor het vak, en daarmee de aantrekkingskracht van werken in de groenbranche kunnen vergroten. Ik denk dat wij ons als groene sector beter en vooral vroeger moeten laten zien. Bijvoorbeeld door mensen uit het vak al bij basisscholen presentaties te laten geven en door kinderen ook het vak te laten zien in de praktijk. Ambassadeurs van het vak, dat is wat we nodig hebben.”

‘De bodem is de basis’

Rozenveld is na ruim achttien jaar nog steeds enthousiast over zijn werk. “Het mooie van het hoveniersvak is dat je altijd resultaat ziet. Het is dankbaar werk; als je weggaat bij een klant is het altijd beter en netter dan dat het was.”

Voor Rozenveld is het creëren van een droomtuin altijd een samenspel met de klant. “Veel klanten kiezen bewust voor ons vanwege onze duurzame werkwijze. De bodem is de basis: bodemverbetering is – indien nodig – altijd de eerste stap. Daarnaast kiezen we zoveel mogelijk voor vlinder- en bijvriendelijke beplanting. En als het kan gebruiken we vooral inheemse beplanting, zodat een tuin goed bij de omliggende natuur past en de biodiversiteit in stand wordt gehouden. Tegelijkertijd moet je als hovenier niet uit het oog verliezen dat een tuin ook praktisch voor de gebruiker moet zijn.” Volgens de ondernemer zijn de laatste jaren steeds meer mensen actief bezig met duurzaamheid. “We merken dat sommige klanten zich hier echt door laten leiden in hun keuze voor een hovenier.”

Daphne Doemges

Verweven in bedrijfsvoering

Uit het juryrapport blijkt dat juist het feit dat duurzaamheid is verweven door de hele onderneming, ervoor heeft gezorgd dat Rozenveld Hoveniers de titel Duurzaamste Hovenier van Nederland, categorie ‘met personeel’ in de wacht sleepte. Hans Rozenveld: “Niet alleen het feit dat wij groene reststromen omzetten tot bodemverbeteraar speelde mee, maar ook de duurzame omgang met het personeel, het gebruik van accugereedschap waar mogelijk, maar ook allerlei andere apparatuur en machines die het werk zoveel mogelijk lichter maken. En natuurlijk dat we altijd op zoek zijn naar zoveel mogelijk duurzame materialen en beplanting volgens het principe van ‘De Levende Tuin’. Er zijn vijf onderdelen die bijdragen aan het leven in de tuin. Zorg voor een levende bodem, kies groen waar dieren van kunnen eten, bespaar op de energierekening door slimme beplanting, eet groenten en fruit uit eigen tuin en tot slot: zorg dat regenwater makkelijk weg kan. Met al deze zaken houden we rekening.”