Groenbedrijf Deventer: ‘Ideeën komen uit hart bedrijf’

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Wat doe je binnen een bedrijf van ‘doeners’ met abstracte begrippen als biodiversiteit, CO2-reductie en circulaire economie? Met alle medewerkers praten, ideeën verzamelen. en die vertalen in verrassend concrete projecten. Sommige collega’s van het Groenbedrijf Deventer waren vooraf terughoudend, maar zodra ze zien wat het wordt, gaan ze er enthousiast mee aan de slag.

Op de gang, op weg naar de werkplaats, komt innovatiemanager Jessica Heggers een van de medewerkers tegen. “Jij was toch een beetje sceptisch over ons project Stadshout?”, vraagt ze. “Nee hoor, niet sceptisch. Ik zei: dat gaat je nooit lukken”, antwoordt hij met een grijns. En laat vervolgens in de werkplaats trots zien wat je allemaal kunt maken van kaphout uit de stad. Lange hardhouten planken, banken, uithangborden, broodplanken. Midden in de ruimte ‘pronkt’ een doodskist, die in het verleden een stadsboom was. De begrafenisondernemer is net komen kijken: hij ziet er wel brood in. Het is verrassend hoeveel mensen begraven willen worden in zo’n kist van hout uit de eigen stad. Net zoals Eberhard van der Laan, burgemeester van Amsterdam. Zijn kist was gemaakt van hout uit het Vondelpark.

Innovatieprojecten Groenbedrijf Deventer

Het Groenbedrijf in Deventer telt 160 à 170 medewerkers, waarvan 60 procent met een afstand tot de arbeidsmarkt. Behalve aanleg en beheer van groen, is er ook een civieltechnische poot, die speelplaatsen, straatmeubilair (banken, borden en palen) onderhoudt en evenementen in goede banen leidt. Opdrachtgever is traditioneel de gemeente Deventer, maar in toenemende mate ook bedrijven en bijvoorbeeld het ministerie van Defensie. Dat betreft veelal onderhoud van terreinen. 

Het bedrijf springt in het oog omdat het veertien innovatieprojecten heeft benoemd die in nauwe samenspraak met de eigen medewerkers, bewoners van de stad en alle relevante partijen worden uitgevoerd. Jessica Heggers en uitvoerder Ronny Lubberts vertellen er graag over. “Om in de toekomst mee te kunnen blijven doen, moet je iets met thema’s als CO2-reductie, klimaatbestendigheid, biodiversiteit en de inzetbaarheid van medewerkers. Maar het punt is: wij zijn een bedrijf van doeners. We moeten het vertalen in iets waar je meteen mee kunt beginnen”, zegt Heggers.

Eerst zijn alle grote vraagstukken benoemd in drie toegankelijke thema’s: CO2-neutraal, ‘Afval bestaat niet’ en ‘We doen het samen’. “Vervolgens zijn we daar met alle uitvoerders aan tafel over gaan praten. Wat doe je al? Wat is je droom? Er kwam echt een stapel ideeën uit. Die hebben we vervolgens allemaal omgevormd tot de veertien projecten”, vertelt Lubberts. Een deel volgt logisch uit de dagelijkse praktijk, een deel vergt enig ambassadeurswerk in de eigen organisatie. “Het heeft tijd nodig en je moet veel met elkaar praten. Maar als eenmaal de draai erin zit, komen we tot superleuke dingen”, vertelt Heggers.

Sommige projecten staan aan het begin; andere zijn al volop bezig. “Van de bomen kunnen we inmiddels bijna alles hergebruiken, behalve de wortel. Van de stam maken we planken, van dikke takken brandhout, versnipperd materiaal gaat weg voor biomassa of spaanplaat. En van het blad maken we bokashi”, vertelt de uitvoerder. Op den duur is het de bedoeling om ook ander groenafval om te zetten tot bokashi, een fermentatietechniek waarbij organisch materiaal overblijft.

Gaandeweg spelen de medewerkers in op de veranderde werkmethode. Ze nummeren alle gekapte bomen. Zo weten ze altijd waar een boom gestaan heeft en kunnen ze een verhaal vertellen bij de producten (zoals de broodplanken). Alles wordt geleidelijk aan ingevoerd om geen overmatige werkdruk te veroorzaken. Lubberts: “Dit jaar hebben we voor het eerst op grote schaal bokashi gemaakt en dat gebruikt als grondstof in de stad.”

Betere groei

Het zelfbereide fermentatiemateriaal is op grote schaal ingezet op groenstroken die Het Groenbedrijf zelf heeft ingeplant en onderhoudt. “We strooien eerst koemestkorrels en dekken de bodem daarna af met bokashi. Het resultaat is dat de grond vochtiger blijft en dat het gewas beter groeit”, ziet Lubberts. “Een groot voordeel is dat je op deze manier het blad in de stad houdt en het niet hoeft af te voeren. Dat kost geld; zelf verwerken levert geld op en is bovendien goed voor de bodem.” Datzelfde geldt voor het stadshout: geen vervoer meer dat geld kost en zorgt voor CO2-uitstoot, maar een verdienmodel met mooie producten. 

Ronny Lubberts Groenbedrijf Deventer

Ronny Lubberts: “Dit jaar hebben we voor het eerst op grote schaal bokashi gemaakt en dat gebruikt in plantsoenen.”(Foto’s: Sjon Heijenga en Het Groenbedrijf)

Ook het project ‘Van berm tot bladzijde’ heeft dat doel. Het idee is om van maaigras karton en papier te maken. Dat lukt goed: het jaarverslag is op graspapier gedrukt; je ziet de sprietjes nog zitten. Maar voorlopig staat deze aanpak, in samenwerking met de waterschappen, op een laag pitje. De zoektocht om maaisel te hergebruiken, gaat echter wel door.

Accuapparatuur

Onder het kopje CO2-neutraal – inmiddels vertaald in de slogan ‘Op zijn allergroenst’ – valt de overgang naar elektrische apparatuur. Ook hier is het devies: klein beginnen. In 2017 kreeg een klein groepje een kettingzaag, een bosmaaier, een bladblazer en een heggenschaar – allemaal accuaangedreven – om uit te proberen. “Sommige medewerkers waren eerst wat terughoudend: ze associeerden veel lawaai met power”, vertelt de uitvoerder. Maar de stemming is helemaal omgeslagen. Die power, dat bleek best mee te vallen. En de voordelen – stil, licht, geen uitlaatgassen, minder belasting van handen en schouders – tikken hard door. Bovendien is het goed voor het milieu. Stap voor stap wordt elektrisch werken verder ingevoerd. Ook bij het eigen vervoer heeft een lagere CO2-uitstoot de aandacht. “Maar we twijfelen nog of elektrische auto’s wel zo’n goed idee zijn uit milieuoogpunt”, vertelt Heggers. “Misschien moet je al verder nadenken, bijvoorbeeld over auto’s op waterstof of biogas”, zegt Heggers.

Geen afval meer

Het ideaal zou zijn dat een bedrijf zoveel hergebruikt dat het helemaal geen afval meer maakt. Bij het groenafval lukt de recycling al heel goed. Maar de ambities gaan verder. “Bij alles wat je inkoopt, zou duurzaamheid de leidraad moeten zijn; of het nu gaat om bloempotten, koffiebekers, metaal of meubilair”, stelt Heggers. “We brengen in beeld waar we geld aan uitgeven, hoe duurzaam dat is en hoe dat beter kan. Het hoeft helemaal niet zo ingewikkeld: gezond verstand werkt heel goed.” Het vergt wel planning en soms extra uitgaven. Een goed voorbeeld is de voorkeur voor biopotten, die gemaakt zijn van gewasresten uit de tomaten- en paprikateelt en dus afbreekbaar zijn. “Als we bij aanleg en inboet planten in biopot willen gebruiken, moeten die wel voorradig zijn”, zegt Lubberts. “Dan moet je de inkoop wat beter plannen, in overleg met de leverancier. Ook is zo’n pot duurder. Dan moeten we in gesprek met onze opdrachtgever, de gemeente.”

Op een heel ander vlak ligt de inzet van moderne technologie om alle kennis in de organisatie te bundelen. Mensen die constant in het groen werken, kennen de omgeving heel goed. Zodra ze afscheid nemen van het bedrijf verdwijnt die kennis. De gegevensbeheerder van het bedrijf ziet goede mogelijkheden om alle relevante informatie die in de hoofden van de mensen zit, in interactieve kaarten en geosystemen te vertalen.

Samenwerken

Tot slot is samenwerking een belangrijk onderdeel van de innovaties. Het ideaal van Lubberts is dat het voor de mensen in de stad veel gemakkelijker is om met vragen en ideeën over de buitenruimte terecht te kunnen op één plek. Ook dat gaat stap voor stap: “Vanaf januari gaan alle groenmeldingen naar ons, en niet meer naar de gemeente. Wij kunnen daar dan meteen op inspelen. Verder houden we groenspreekuren onder het motto ‘We komen naar je toe’. Samen met de wijkmanager en verschillende organisaties praten over ontwikkelingen in de wijk.”

Daarnaast wordt contact gezocht met partners zoals het afval- en recyclebedrijf Circulus Berkel om activiteiten in de buitenruimte beter op elkaar af te stemmen en geen dubbel werk te doen. Het gaat enerzijds om relatief eenvoudige dingen als het legen van afvalbakken, anderzijds over de ambitie om gezamenlijk een betere omgeving voor de burgers te realiseren. De innovatieprojecten hebben een nieuw elan in de organisatie gebracht. “Het mooie is: alle ideeën komen uit de eigen organisatie, uit het hart van het bedrijf. Je voelt het enthousiasme en ziet mensen veranderen. Het is ook een verdienmodel: op den duur zal een aantal projecten geld opleveren, maar daarvoor moeten we wel eerst investeren”, besluit Heggers.

Tijs Kierkels

De Buitenschool

Het Groenbedrijf wil 60 procent van het medewerkersbestand blijven invullen met mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Dat vergt nieuwe instroom. In de op te zetten Buitenschool kunnen ze alvast aan het werk wennen. Maar ook mensen die het vak willen leren of willen herstellen door werk in het groen, bijvoorbeeld bij een burn-out, kunnen hier een plek vinden. De Buitenschool wordt midden in Deventer gevestigd, in de buurt van het station.

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 4 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.