Groenwerkers lopen extra risico op tekenbeet

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

De zomer staat weer voor de deur, maar dat betekent helaas ook tekentijd. Mensen die in het groen werken, lopen extra risico op een tekenbeet. Steeds meer hoveniers zijn zich hier, mede door intensieve voorlichtingscampagnes, van bewust. Maar er is ook nog veel winst te behalen.

Tekenbeten voorkomen

Foto: RIVM

Teken zijn een reëel gevaar zijn voor hoveniers, zo blijkt uit een onderzoek van Stigas uit 2017. Stigas is het kennisinstituut voor de agrarische en groene sector op het gebied van arbeidsomstandigheden, veiligheid en duurzame inzetbaarheid. Het onderzoek naar teken, tekenbeten en de ziekte van Lyme in de hoveniers- en groenvoorzieningssector toonde aan dat tekenbeten en de ziekte van Lyme twee tot drie keer vaker voorkomen bij mensen die werken in de groene sectoren dan bij de algemene beroepsbevolking. “Het is dus zaak om mensen in het groen alert te maken en te houden op deze risico’s”, zegt Mirjam de Groot, preventieadviseur bij Stigas. Zij werkte mee aan het onderzoek en is ook betrokken bij de voorlichtingscampagne De Week van de Teek. “Het continu herhalen van informatie is daarom belangrijk om mensen bij de les te houden als het gaat om teken. Dat gaat door het jaar heen best goed. Alle betrokken organisaties in de groene en agrarische sectoren, de preventie- en arbodiensten, publieksvoorlichting, werknemersorganisaties, onderzoeksinstellingen en kennisinstituten doen dat op hun eigen wijze en voor de eigen doelgroep. Echter, sinds 2008 bundelen we eenmaal per jaar de krachten, tijdens de Week van de Teek. Dan vragen we samen op allerlei fronten en via zoveel mogelijk verschillende kanalen aandacht voor de problematiek van de tekenbeten en het voorkomen ervan. Dezelfde boodschap brengen in gezamenlijkheid, daarin schuilt de kracht van de Week van de Teek. Dit jaar vond deze week plaats van 15 tot en met 21 april.”

Volgens De Groot werpen deze gezamenlijke inspanningen hun vruchten af. “We hebben een redelijk tot goed bereik en dankzij alle extra activiteiten zijn veel bedrijven ook op de hoogte van de problematiek en besteden zij aandacht aan bescherming en systematische tekencontrole.”

Tekenbeten voorkomen

Waarom is het nu zo belangrijk om zoveel aandacht te besteden aan die kleine platte spinachtige diertjes? En hoe herken je ze? “Teken zijn parasieten, met het blote oog bijna onzichtbaar. Je vindt ze in bossen en duinen, maar ook in parken en tuinen; daar waar hoveniers dus actief zijn. Ze zitten vooral in de buurt van bomen en struiken, op plekken waar de bodem bedekt is met hoog gras en dode bladeren. En als er dieren in de buurt zitten, zoals muizen, egels, reeën en vogels, dan kun je er bijna zeker van zijn dat er teken zijn. Een teek haakt aan en stapt over op dieren of mensen en voedt zich met hun bloed.”

Als een teek zich heeft vastgegrepen, gaat-ie aan de wandel over zijn ‘prooi’ om een plekje te vinden waar hij zich kan vastbijten. De teek kan mensen overal op de huid bijten, maar heeft een voorkeur voor liezen, knieholtes, oksels, de bilspleet, randen van het ondergoed, achter de oren en rond de haargrens in de nek. “Tekenbeten voorkomen is vooral essentieel omdat ze ziekten kunnen overdragen, zoals de ziekte van Lyme (zie kader, red.)”, zegt De Groot.

Beschermen en controleren

Het onderzoek van Stigas toont aan dat mensen die werken in de groene sector al veel weten over de risico’s van teken. Ze zijn zich ervan bewust dat zij beschermende maatregelen moeten nemen en zich ook regelmatig moeten controleren. “Belangrijk is vooral dat een hovenier kleding draagt die alle huid bedekt, ook aan de onderkant bij de enkels”, benadrukt De Groot. “Kijk regelmatig naar de handen en zie je een teek, verwijder deze dan meteen. Zorg ervoor dat je een tekenverwijderaar bij je hebt, want als je een teek ontdekt, is het belangrijk om direct te handelen.”

Naast de kleding is een systematische controle essentieel. “Controleer jezelf altijd na een dag werken in het groen. Het liefst zo snel mogelijk na het werk en uiterlijk op dezelfde avond. Doe het steeds op dezelfde manier om ervoor te zorgen dat je geen plekje overslaat. Gebruik daarvoor voldoende licht en een spiegeltje om plekken te inspecteren die lastig te zien zijn. Kijk behalve naar je lichaam ook naar je kledingstukken. Zit er een teek in je kleding, was deze dan minimaal een halfuur bij een temperatuur van 60 ˚C.”

Bron: weekvandeteek.nl

Duidelijkere afspraken

Tegelijkertijd blijkt uit hetzelfde Stigasonderzoek dat er ook nog veel te winnen valt. Zo kunnen bedrijven in de hoveniers- en groenvoorzieningssector duidelijkere afspraken maken over het voorkomen van tekenbeten. Bij een deel van de bedrijven worden namelijk geen afspraken gemaakt, of zijn niet alle medewerkers hiervan op de hoogte. Verder is het nog geen gewoonte om het onderwerp tekenpreventie mee te nemen in de RI&E en het bijbehorende plan van aanpak. Bij nieuwe projecten schatten maar weinig bedrijven de risico’s in en worden er geen bijbehorende maatregelen genomen.

Het geven van voorlichting gebeurt wel bij het merendeel van de bedrijven. Werknemers geven echter aan dat zij meer behoefte hebben aan informatie over de signalen die doen denken aan de ziekte van Lyme en wanneer een contact met een arts noodzakelijk is. Wat ook beter kan, is het verstrekken van middelen die beschermen tegen teken. Minder dan de helft van de bedrijven zorgt voor insectenwerende middelen, geïmpregneerde kleding en wast de kleding op het werk. “Er is nog winst te behalen door hier meer aandacht aan te besteden”, vindt De Groot. “Daarnaast is het aan te raden om tekenbeten ook op bedrijfsniveau te laten melden en registreren. Op die manier ontstaat inzicht in de plek, de periode in het jaar, het type werkzaamheden en waar op het lichaam tekenbeten voorkomen. Zo kunnen gerichter maatregelen worden genomen. Verder is het goed om het thema mee te nemen in het preventief medisch onderzoek. Bovendien is het aan te bevelen om de arbodienst/bedrijfsarts in te schakelen ter ondersteuning van medewerkers die in het werk vervelende gevolgen ondervinden van de ziekte van Lyme.”

Aan het denken gezet

Tekenbeten voorkomen

Barry van den Ham: “Ik werk nooit met onbedekte huid in het groen.”

Dat hoveniers al veel weten over de risico’s van teken en tekenbeten bevestigt Barry van den Ham, eigenaar van Van den Ham Hoveniers. Hij heeft een eenmanszaak in het Noord-Limburgse Steyl. “Tijdens het werk draag ik nooit een korte broek. Ook zorg ik altijd voor lange mouwen. Ik werk dus nooit met onbedekte huid in het groen. Mijn werkkleding hang ik ‘s avonds als ik thuiskom op een aparte kapstok in de garage. Hoewel ik weet dat je ook je kleding op teken moet controleren, geef ik eerlijk toe dat dat er door drukte wel eens bij inschiet. Maar als je dan weer eens wordt geconfronteerd met de gevolgen van de ziekte van Lyme, je leest er wat over, of je krijgt voorlichting vanuit de GGD, dan zet het je wel weer aan het denken.”

Naast aandacht voor de beschermende kleding kent Van den Ham de methodiek van de lichaamscontrole. “Die controle doe ik regelmatig en systematisch”, zegt hij. “Overigens heb ik in het werk nog nooit een teek op mijn lichaam ontdekt, maar wel tijdens het mountainbiken. Na controle heb ik drie keer een teek gevonden en heb ze op de voorgeschreven manier verwijderd. Verder heb ik op de kalender de datum en de plek genoteerd, aangezien het belangrijk is om het vervolg van de beet in de gaten te houden. Gelukkig heb ik er geen verdere last van ondervonden.”

Over de ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door teken die zijn besmet met de bacterie Borrelia burgdorferi. De teek wordt besmet als hij bloed zuigt bij kleine (knaag)dieren of vogels die de bacterie bij zich dragen. Wanneer een teek later bloed van mensen zuigt, kan de bacterie op de mens worden overgedragen. Ongeveer één op de vijf teken draagt de bacterie bij zich. De bacterie wordt niet bij elke tekenbeet overgedragen. Van de ruim 1 miljoen mensen die door een teek worden gebeten, krijgt ongeveer twee op de honderd de ziekte van Lyme. Concreet gaat het dan om zo’n 27.000 mensen per jaar. Hiervan houden er 1.000 tot 2.500 mensen langdurige klachten.

Het is niet eenvoudig om de ziekte van Lyme vast te stellen omdat de verschijnselen wisselend kunnen zijn. Ook biedt een bloedtest onvoldoende zekerheid. Mogelijke ziekteverschijnselen zijn een rode vlek of ring op de huid die steeds groter wordt, een grieperig gevoel met koorts en spierpijn, dubbel zien, een hangend ooglid, scheef aangezicht, pijn, krachtsverlies of tintelingen in de ledematen of gewrichtsklachten die doen denken aan reuma. Wie last heeft van deze klachten, kan het beste zijn huisarts bezoeken. Daarbij is het verstandig te melden dat je in het groen werkt en zelf denkt aan de ziekte van Lyme.

Een tekenbeet voorkomen: enkele tips

  • Loop niet door dichte begroeiing en struikgewas als dat niet nodig is.
  • Let extra op bij het werk met of in de buurt van dieren. Pas op met kadavers; daar kunnen veel teken op zitten.
  • Draag tijdens het werk gesloten en huidbedekkende kleding. Draag de sokken over de broek.
  • Spuit sokken, schoenen en broek eventueel in met een insectenwerend middel dat Deet bevat.
  • Smeer de onbedekte huid in met anti-insectenmiddel dat Deet bevat. (Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing.)

Let op: geen enkele maatregel biedt volledige bescherming. Blijf dus altijd controleren!

Meer informatie? Ga naar weekvandeteek.nl.

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 2 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.