‘Schone en fossielvrije diesel is voorhanden’

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Iedereen vindt schoner werken en duurzaamheid belangrijk. Niet alleen om de eigen gezondheid, maar ook om de leefomgeving te beschermen tegen schadelijke stoffen. Toch is er nog de nodige scepsis wanneer termen als ‘eco’, ‘CO2-neutraal’ en ‘hernieuwbaarheid’ in combinatie met dieselbrandstoffen worden genoemd. Tijd om daar nu eens echt vanaf te stappen, aldus Ernst van Gelder, directeur GVG Oliehandel in Nijmegen. Schone en fossielvrije diesel is voor de hovenier echt voorhanden!

GVG OliehandelEen stuk schoner werken met dieselmachines kan met de nieuwe schone ecodieselbrandstoffen, zo geeft van Gelder aan. “Het gebruik van deze lang houdbare dieselbrandstoffen is beter voor mens én milieu omdat deze minder schadelijke stoffen bevat en dus minder uitstoot en minder geur en rook geeft. Deze uitstoot kan wel meer dan een derde schelen ten opzichte van het gebruik van gewone pompdiesel. Ecodiesel hoeft ook aantal gevaarzinnen en symbolen niet te vermelden op het diesellabel van de verpakking die bij standaarddiesel (EN590) wel vermeld staan. En doordat er onder andere minder roetafzetting in de machine is, wordt de startbetrouwbaarheid vergroot en houdt het de motor schoon. De brandstoffen zijn gemaakt van hernieuwbare grondstoffen en dus volledig of deels fossielvrij te noemen, afhankelijk van welke soort je kiest.”

Hernieuwbaar

“Als we de grondstof niet uit de aarde halen (olie, kolen, gas), maar op de aarde verbouwen (bomen, gewassen, vetten) dan is een grondstof hernieuwbaar”, legt Van Gelder uit. “En we werken CO2-neutraal als we ervoor zorgen dat de CO2-cyclus van onze aarde in evenwicht blijft. Dit kan door het gebruik van hernieuwbare grondstoffen. Denk daarbij aan kortcyclische, rest- of gebruikte stoffen die gecertificeerd zijn geproduceerd. Zo is er bijvoorbeeld afgesproken voor de tweede generatie biobrandstoffen gebruik te maken van cellulose. Vaak wordt elektriciteit als summum gezien, maar dan ligt het er maar weer aan of voor het opladen daarvan groene stroom wordt gebruikt.” “Wij werken bijvoorbeeld met gebruikte, plantaardige oliën die eerst gebruikt zijn in de voedingsbereiding. Het restproduct wordt omgezet in de hoogwaardige ecodieselbrandstof. Daarmee is ecodiesel niet alleen een circulair product, maar wordt ook onnodig afval voorkomen. Bovendien vindt er geen vervuilende voorproductie.plaats voor het winnen van grondstoffen zoals bij ruwe olie. Let wel: deze schone ecodieselbrandstoffen moet je niet verwarren met de zogeheten biodiesel (fame) van de pomp, die wordt gemaakt door het verwerken van plantaardige olie in een organisch proces. Want deze schone ecodieselbrandstoffen zijn namelijk volledig synthetisch geproduceerd, wat ook de hoge kwaliteit en lange houdbaarheid van de brandstoffen verklaart”, aldus Van Gelder.

GVG OliehandelCO2-Prestatieladder

Van Gelder geeft aan dat ook de CO2–Prestatieladder steeds vaker verplicht wordt. De CO2-Prestatieladder is hét duurzaamheidsinstrument van Nederland dat organisaties en overheden helpt bij het reduceren van CO2 en kosten. Binnen de bedrijfsvoering, in projecten én in de keten. De ladder wordt als CO2-managementsysteem, als aanbestedingsinstrument en voor handhaving gebruikt.

“Een hogere score op de ladder wordt beloond met een concreet voordeel in het aanbestedingsproces. Schone ecodieselbrandstoffen beschikken over de eigenschappen waarmee aan de eisen van de CO2-Prestatieladder kan worden voldaan.” Dieselolie maakt een groot deel uit van de CO2-voetafdruk van een groenvoorziener. Ecodiesel reduceert de CO2-uitstoot met 89 procent. Daarmee is het de eenvoudigste manier om klimaatdoelen te halen. 

GVG OliehandelTanken op eigen terrein

Ook over het tanken van schone diesel op eigen terrein is nagedacht, zodat dat geen beletsel meer hoeft te zijn om schone diesel te gaan gebruiken. Van Gelder: “Met een eigen compacte ecodieseltankset hebben de grotere hoveniersbedrijven altijd voldoende schone diesel op voorraad. Veilig en schoon door de ingebouwde lekbaken geen gedoe meer met jaarlijkse keuringen.”

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 3 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.