Bloemwilg Itea virginica 'Henry's Garnet'

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Het bloemwilgje Itea virginica ‘Henry’s Garnet’ is een heester die zeker een plaats verdient in Nederlandse tuinen en plantsoenen. Het struikje bloeit tussen juni en augustus met zoet geurende, lange roomwitte bloemtrossen met kleine stervormige bloemetjes. Het zijn echte insectenlokkers. Vanaf begin september hebben de bladeren een intense granaatrode herfstkleur. Daarnaast kenmerkt het bloemwilgje zich door een mooi compacte groei: het struikje wordt nauwelijks groter dan een meter.

Cor van Gelderen, beplantingsdeskundige en eigenaar van Plantentuin Esveld in Boskoop, koos Itea virginica ‘Henry’s Garnet’ uit als mooie zomerplant voor de rubriek ‘Plant in Beeld’. Natuurlijk vanwege de sierwaarde in de zomer en herfst, maar zeker ook omdat het een betrouwbare plant is en veelzijdig in toepassing en gebruik.

Noordoosten Verenigde Staten

Itea hoort tot de familie van de Iteaceae. Het geslacht Itea omvat zo’n twintig soorten heesters, die vooral in Noord-Amerika en het noordoosten van Azië voorkomen. Itea virginica komt van oorsprong uit het noordoosten van de Verenigde Staten.
Het Itea-struikje heeft ovale langwerpige bladeren. Daaraan is de naam bloemwilg te danken, ook al is er geen verwantschap met de wilgenfamilie. Hij groeit van nature aan de rand van vochtige moerasbossen. In de zomer is het daar wat warmer en in de winter wat kouder dan in Nederland. Itea virginica is dus goed winterhard en heel geschikt voor het Nederlandse klimaat, dat wat minder extreem is.
De meeste Itea-soorten zijn bladverliezend. Twee soorten die ook in Nederland gebruikt worden – de Itea ilicifolia en de Itea yunnanensis – zijn wintergroen, hebben geen herfstkleur en zijn minder winterhard.

Selectie uit de natuur

‘Henry’s Garnet’ is een selectie vanuit de natuur. Mary Henry, oprichtster van een stichting voor botanisch onderzoek ‘vond’ de plant in 1954 bij Sharpsburg in Georgia. “Er is geen uitgebreid kruisingsprogramma aan voorafgegaan, zoals dit bijvoorbeeld bij rozen het geval is”, vertelt Van Gelderen. “Binnen de soort Itea virginica komt van nature een zekere variatie voor. Vergelijk het met de variatie tussen mensen. De ‘Henry’s Garnet’ was waarschijnlijk een mooie plant die wat lager bleef met een mooie herfstkleur. Wanneer je stekken neemt van zo’n selectie, krijg je nakomelingen die genetisch identiek zijn.”

Beste uit de test

Tussen 2005 en 2007 vergeleek de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen (KVBC) de verschillende soorten en cultivars van Itea met elkaar op de proefvelden van PPO in Boskoop om informatie te verzamelen over de toepassingsmogelijkheden in Nederland. Itea virginica ‘Henry’s Garnet’ kwam met ruime voorsprong als beste uit de test qua geschiktheid voor Nederlandse tuinen. Daarom kreeg deze drie sterren en de waardering uitstekend van de keuringscommissie. De rijke bloei, de prachtige herfstkleur en de goede winterhardheid onder de Nederlandse omstandigheden waren belangrijke pluspunten.
Buiten de zomer en herfst is het een ‘gewone’ plant die niet erg opvalt. “De ‘Henry’s Garnet’ is in een (kleine) tuin geschikt als solitair of in een groepje van drie, omdat hij niet zo groot wordt”, zegt Van Gelderen. “In het openbaar groen doet hij, met een dichtheid van vier stuks per vierkante meter, ook goed als vakbeplanting.”
De beplantingsdeskundige hoort regelmatig gemopper over het vinden van een goede standplaats voor dit vochtminnende struikje. “Je moet het positief benaderen. Hij doet het goed op plaatsen waar andere planten een hekel aan hebben. Bedenk eens hoe lastig het is om een geschikte plant te vinden voor een vochtige plek in het plantsoen of de tuin, die ook nog eens aantrekkelijk is.”

Weinig onderhoud

Itea virginica ‘Hernry’s Garnet’ groeit bij voorkeur in de zon tot halfschaduw op natte, vruchtbare grond. In de volle zon bloeit de plant vaak heel goed, ook bevordert dit de herfstkleur. Hij past prima in natuurlijk ogende beplantingen. Met de ondergrondse uitlopers vormt de ‘Henry’s Garnet’ snel een dicht plantvak. Het struikje bloeit in een periode dat de voorjaarsbloeiers net uitgebloeid zijn en de zomerbloeiers nog op gang moeten komen.
Regelmatige lichte snoei (net na de bloei) zorgt voor betere groei en minder dood hout in
de struik. Struiken die niet gesnoeid zijn, bloeien rijker en krijgen langere bloemtrossen. De langste bloemtrossen zijn steeds te vinden op wat oudere planten, maar het weer heeft ook
invloed.
Voor kleine tuinen bestaat het onderhoud van een Itea vooral uit het af en toe weghalen
van de ondergrondse uitlopers, die de plant in grote aantallen maakt. Die zijn gunstig om een
vak snel mee dicht te groeien, maar niet altijd gewenst. De Itea is weinig gevoelig voor ziekten en plagen.
“Het is een mooie compacte struik die in de zomer en herfst op zijn mooist is en veelzijdig toepasbaar: als struikje alleen, als kleine groep of in een vakbeplanting. Er is niet veel onderhoud nodig. Hij doet het vooral goed op vochtige plekken, die ‘lastig’ zijn voor andere planten”, vat Van Gelderen samen (door: Marleen Arkesteijn).

Kennis is belangrijk

Plantenkennis is meer dan het leren van soorten in de schoolbanken, benadrukt Cor van Gelderen. “Het sortimentsonderzoek geeft een goed beeld van betere en minder goede soorten en cultivars die in de handel zijn. Een hovenier die zich wil onderscheiden door een goede plantenkennis moet zich daarom op de hoogte houden van de resultaten van dit onderzoek dat belangeloos door deskundigen wordt uitgevoerd in de Sortimentstuin ‘Harry van de Laar’ in Boskoop.”
“De resultaten van deze vergelijkende onderzoeken worden keurig gepubliceerd in Dendroflora, het dendrologische jaarboek met zowel praktische als semiwetenschappelijke artikelen over houtige gewassen en vaste planten. In de keuringsrapporten staat welke cultivars het beter of minder goed doen. In dit geval kwam de ‘Henry’s Garnet’ met veel pluspunten uit het onderzoek. Hoveniers kunnen daar gebruik van maken bij het ontwikkelen van degelijke beplantingsplannen.”