Heemtuin Jac. P. Thijsse Hof in Bloemendaal

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Als het maar genoeg regent, bloeien in de zomer niet alleen de margriet en de steenanjer. Het droge grasland is op zijn mooist in mei en juni, wanneer ook opvallende soorten als beemdkroon, knoopkruid, gewone ereprijs en kleine pimpernel zich laten zien. Fraaie grassen als bevertjes, zachte haver en glanshaver laten zich ook niet onderdrukken. “Iedere hovenier wordt geïnspireerd door een bezoek aan de heemtuin Thijsse’s Hof”, zegt Johan Görtermöller, hovenier/beheerder van deze opmerkelijke en historische tuin.

De oudste heemtuin van Nederland is ontworpen door Leonard Anthony Springer en Jac. P. Thijsse. Het Thijsse’s Hof is in 1925 op voormalige aardappelakkertjes met eikenhakhout aangelegd. Het rijksmonument is 2 ha groot. “Het was van het begin af aan de bedoeling van Jac. P. Thijsse om de wilde planten uit Kennemerland te laten zien in natuurlijke begroeiingen die zich grotendeels spontaan ontwikkelen”, aldus Görtermöller. “Jac. P. Thijsse noemde de tuin een instructief plantsoen, tegenwoordig spreken we van heemtuin.” Hij vertelt dat er in het Thijsse’s Hof planten-en diersoorten uit Zuid-Kennemerland in natuurlijke begroeiingen staan, zoals duinbos, struweel, duingrasland en duinvalleivegetaties. “Naast de meer dan vierhonderd soorten hogere planten en circa 24 soorten broedvogels zijn er vele andere planten- en dieren te zien, waaronder blad-, lever- en korstmossen, paddenstoelen, de wijngaardslak die in dit gebied van nature voorkomt, vlinders, libellen, wilde bijen en waterdiertjes.”

Landschapstypen

Elk seizoen biedt wat speciaals. Wie de tijd neemt voor een excursie krijgt ze allemaal te zien. Johan Görtermöller, sinds augustus 2017 hovenier van Thijsse’s Hof, kan niet wachten. “Het jaar is hier voor mij nog niet rond. Ik ben hartstikke benieuwd wat al onze inspanningen opleveren.”
De meeste planten staan gerangschikt naar landschapstypen van Kennemerland, zoals een vijver, een roggeakker met bijpassende onkruiden, een groot stuk droog duingrasland, een stuk duin, enkele percelen duinstruweel en hakhout en (rond de vijver) begroeiingen van natte duinvalleien. Binnen de landschappen (de kamers van de tuin) staan de planten min of meer door elkaar; het resultaat is erg natuurlijk en de soortenrijkdom is overweldigend.

Roggelelie

De droge arme graslanden liggen boven de grondwaterspiegel. “We maaien die twee keer per jaar en harken het maaisel bij elkaar”, legt Görtermöller uit. “Zo verarmen we deze gronden en maken daar weer duinvegetatie van. Het droge grasland zit er dan dor uit. Maar wees gerust: de graslandplanten kunnen daar wel tegen en blijven ondergronds in leven.”
Bijzonder is de roggelelie, die verder alleen nog in Drenthe in het wild bloeit. “Op de foto zie je de roggelelie met de achtergrond rogge en de bolderik met klaproos. We zijn er echt trots op dat we deze plant kunnen laten zien.”

Hondskruid

Görtermöller zorgt er met vrijwilligers voor dat Thijsse’s Hof nog wordt ingericht zoals het Jac. P. Thijsse indertijd voor ogen stond. Van een eerder aangelegd duintje wordt nu de rijke toplaag afgeplagd. Zo krijgen begroeiingen uit de begintijd van de Hof weer een kans, zoals slangenkruid, ossentong, wilde reseda en diverse soorten toorts en teunisbloem.
Ook bleek het duintje een geschikt milieu te zijn voor hondskruid (het duinhondskruid), een zeer zeldzame orchideeënsoort. In het duingrasland groeit veel smal fakkelgras. Vooral in de avondschemering doet deze soort zijn naam eer aan met zijn lichtgekleurde bloeipluimen. Görtermöller: “De vos heeft ook het duintje ontdekt als een goede plek om holen te graven. Ik probeer dit te verhinderen omdat de Hof eigenlijk te klein en te kwetsbaar is voor dit zoogdier – hoe fraai ook.” (Door: Noortje Krikhaar)

Blotevoetenpad en stilteplek

Sinds kort beschikt het Thijsse’s Hof over een blotevoetenpad dat vooral door scholieren wordt gewaardeerd en ook een stilteplek is om te luisteren naar vogels. Er zijn tientallen soorten broedvogels in het gebied te vinden.