Nederland loopt warm voor tiny forest

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

In de gemeente Hollandse Kroon gaan de bomen volgende week de grond in. De voorbereidingen voor een tiny forest in Uithoorn en de Ronde Venen zijn in volle gang. Almelo maakt zich op voor de aanleg van twee minibosjes. In totaal gaan dit plantseizoen ruim zestig tiny forests de grond in en op 35 andere plekken in Nederland gróéien de stadsbosjes al. Nederland heeft de tiny forests ontdekt én omarmd. Landschapsontwerper Essi Laine van Hoek Hoveniers in Voorhout is vanaf het allereerste begin nauw betrokken bij het tiny forestconcept en schreef mee aan een handboek voor hoveniers.

(Foto: IVN Natuureducatie)

Tiny forests zijn kleine stadsbossen, zo groot als een tennisbaan, waarin een groot aantal inheemse boomsoorten wordt geplant om een zo hoog mogelijke biodiversiteit te krijgen. De aanleg in 2015 van het eerste officiële tiny forest – het Groene Woud in Zaanstad – heeft heel wat losgemaakt in de stedelijke openbare ruimte. Een tiny forest spreekt tot de verbeelding: binnen een paar jaar is namelijk sprake een volwassen bos in je buurt. De aantrekkingskracht zit hem in de praktische haalbaarheid, denkt Essi Laine. “Elke gemeente heeft wel een lapje braakliggende grond of een vergeten grasveldje zonder functie. Daarbij is een tiny forest relatief snel  te realiseren.”

Veel animo voor tiny forest

Het concept tiny forest is overgewaaid uit India. Geestelijk vader is de Indiase ingenieur Shubhendu Sharma. IVN haalde zijn idee naar Nederland. Eind 2021 moet Nederland honderd van dit soort minibosjes tellen, zo is het doel van IVN. Het initiatief van de natuurorganisatie wekte de sympathie van de Nationale Postcode Loterij, die dat uitte in een financiële gift van € 1,85 miljoen om het concept verder uit te rollen. Een tiny forest stimuleert de biodiversiteit, vergroot het waterbergend vermogen, gaat hittestress tegen, verbetert de luchtkwaliteit, is een ontmoetingsplek voor buurtbewoners, heeft een positieve werking op de gezondheid en is een speel- en leerplek voor kinderen. Op een oproep van IVN meldden zich in mum van tijd meer gemeentes aan dan praktisch haalbaar was, waarop een eerste selectie moest plaatsvinden.

De bomen staan dicht op elkaar, zodat door de dichte bladerkroon snel een bosklimaat ontstaat. (Foto: Essi Laine, Hoek Hoveniers)

Hoek Hoveniers heeft inmiddels ruime ervaring met de aanleg van tiny forests. Na het eerste minibos in 2015 in Zaanstad, volgden er nog acht: in Delft, Almere, Utrecht en Uithoorn. En er komen er nog meer. Het eerste tiny forest is inmiddels vier jaar op weg. Laine: “Het concept is ontwikkeld om zo snel mogelijk een draagkrachtig bos te hebben. Dat is ontzettend goed gelukt. De bomen zijn hoog, het is dicht en er komt al een tweede generatie op: zaailingen van bomen en heesters. Je waant je echt in een bos.” Toen de gemeente Zaanstad Hoek Hoveniers benaderde om te participeren in het plan, werd meteen enthousiast gereageerd. “Wij zijn altijd in voor iets nieuws en dit beplantingsconcept kenden we niet”, zegt Essi Laine. “Het wekte onze nieuwsgierigheid: ‘Iemand uit India die ons komt leren hoe we een bos moeten planten…’ Daarbij sprak het educatieve element ons aan. De gedachte is dat een tiny forest altijd in de buurt van en samen met een school tot stand wordt gebracht. Dat betekent dat de nieuwe generatie nauw betrokken wordt bij de aanleg en later bij het beheer en onderhoud. Dat zie ik als winst. Bovendien is het léúk om met kinderen te werken. Ze raken snel gemotiveerd en enthousiast als ze bij plannen worden betrokken. Die ervaring heb ik ook bij de aanleg van groene schoolpleinen die samen met kinderen tot stand komen.”

tiny forest Essy Laine

Landschapsontwerper Essi Laine is met behulp van tapijttegels het bodemleven in een tiny forest aan het monitoren. (Foto: Lieke Kragt, IVN)

Anders denken

Het opzetten van een tiny forest vergt loslaten van bekende patronen. Bomen worden dicht op elkaar geplant: drie per vierkante meter. Dat is nodig om snel een dicht bladerdek te krijgen waaronder in korte tijd een bosklimaat ontstaat. Er worden uitsluitend inheemse bomen aangeplant die van nature in het betreffende gebied voorkomen, zoals eiken op een hogere zandgrond en essen en iepen en vogelkers op een voedselrijke grond. Het streven is zoveel mogelijk soorten aan te planten. Zo worden in het ontwerp dat er ligt voor een tiny forest in Almelo onder andere wilg, vlier, iep, eik, els, hazelaar en wilde appel genoemd. Een hovenier die verantwoordelijk is voor het ontwerp en/of de aanleg, moet een certificaat op zak hebben. Laine: “Je moet goed beseffen wat je aan het doen bent, want je plant niet een normaal bosplantsoen. De bedoeling is een zo goed mogelijk ecosysteem te creëren door een uitgekiende soortensamenstelling. Je moet kennis hebben van welke soorten waar thuis horen en durven te variëren in de keuze van de mengsels. Daarbij is het ook belangrijk om de bodemgesteldheid vooraf te checken. Immers: bomen moeten lekker diep kunnen doorwortelen. Gisteren was ik bijvoorbeeld op een locatie waar een tiny forest moet komen om grondboringen te doen. De eerste 40 centimeter was lekker los, maar daaronder zat een dichte kleilaag, niet doorlatend voor water en zeker niet voor boomwortels. Die grond moet dus eerst worden losgemaakt.” Ook het samenwerken met scholen en kinderen is volgens de landschapsontwerper een punt van aandacht. “In het ontwerp moet ruimte zijn voor lesmogelijkheid. Het is de bedoeling dat het onderhoud door de school wordt georganiseerd.”

Leerdoel

Hoezeer tiny forests ook bejubeld worden, er zijn ook kritische geluiden. De plantdichtheid van het bos roept bedenkingen op: ‘Het gaat tegen alle bosbouwkundige principes in om bomen zo dicht op elkaar te planten. Bomen krijgen niet de ruimte die ze nodig hebben om goed te kunnen groeien’, zeggen deskundigen. Laine kent de bezwaren en erkent dat soorten mogelijk zullen afvallen, maar ziet het niet als probleem. “Want ze hebben hun functie voor het creëren van een bosklimaat vervuld. Bovendien heeft dit bos een leer- en beleefdoel voor kinderen en buurtbewoners. De investering voor de aanleg ligt rond € 22.000 per bos. In een groot aantal gemeentes betaalt de Nationale Postcode Loterij of de provincie een deel mee. De bossen worden aangelegd voor de duur van minimaal tien tot twintig jaar. Niets is voor altijd: stedelijke ontwikkeling is altijd in beweging.”

Suzan Crooijmans

(Foto: IVN Natuureducatie)

Cursus voor hoveniers

Het IVN coördineert de aanleg van de minibosjes, gaat in gesprek met de gemeentes en werkt samen met hoveniers die zijn opgeleid in het concept tiny forest. Die cursus waarin onder andere grondbewerking, bodemverbetering, sortimentskennis en beplantingsplannen aan bod komen, is ook een IVN-aangelegenheid. In heel Nederland zijn hoveniers inmiddels opgeleid. Het handboek tiny forest biedt gemeentes, organisaties en hoveniers handvatten bij de realisatie van een tiny forest. Hoveniers vinden hierin informatie voor het maken van een plantplan en grondbewerking en een lijst van inheemse soorten van bomen en struiken. Lees hier meer over tiny forests.

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 4 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.