Project ‘Nederland Zoemt’ richt zich op wilde bij

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

“Wilde bijen mogen niet uitsterven.” Heidi Kamerling, projectleider innovaties en mbo-docent Groen bij Wellantcollege Houten, benadrukt dat het de hoogste tijd is om met elkaar tot daden te komen. Zij trekt met anderen het project ‘De Groene professional voor de wilde bij’. “De hele sector, en zeker ook de hovenier, moet om, als we de wilde bijen willen redden.”

De situatie is nijpend, benadrukt Heidi Kamerling. “Een rapport over bestuivers in opdracht van de Verenigde Naties laat voor het eerst op wereldwijde schaal zien hoe het de bijen vergaat. Het rapport schat dat meer dan 40 procent van de ongewervelde bestuivers, zoals bijen en vlinders, lokaal of nationaal bedreigd worden met uitsterven. De bijensterfte treft niet alleen honingbijen, maar ook wilde bijensoorten. Van de 358 in Nederland aangetroffen soorten staan er 188 – 52 procent! – op de Rode Lijst. Daarvan zijn 35 soorten uit Nederland verdwenen, 31 ernstig bedreigd, 52 bedreigd, 53 kwetsbaar en zeventien gevoelig.”

Landbouwgewassen

Nieuw is dat onderzoekers pas recent hebben ontdekt dat wilde bijen een hele grote rol spelen bij de bestuiving van onze landbouwgewassen. Wilde bijen blijken veel efficiëntere bestuivers te zijn dan honingbijen. Juist de wilde bijen zijn dus cruciaal voor de productie van voedsel. “Daarom richten we ons in het project Nederland Zoemt op de wilde bij. Met als bijvangst dat ook alle honingbijen profiteren van ons werk.”
De grootste bedreiging waarmee de wilde bij te kampen heeft, is gebrek aan voedsel en nestgelegenheid. Dit is een direct gevolg van de intensieve grootschalige landbouw, de verstedelijking en het strakker en efficiënter beheer van ons groen. Kamerling: “Bijen worden niet blij van gazons als een biljartlaken, versteende tuinen en bermen waaruit alle bloemen zijn verdwenen.” En daarin ligt dan ook de taak van de hovenier.

Drachtplanten

Het gaat om het creëren van structureel betere levenskansen voor de wilde bij – zowel wat betreft voedsel in de vorm van drachtplanten alsmede in de vorm van nestgelegenheid. Het betreft het landschappelijk, openbaar alsmede het particulier groen. Het varieert van bloemrijke bermen tot tuintjes met een variatie aan drachtplanten en nestgelegenheid. “Dit kan alleen behaald worden met voorlichting over bijenvriendelijk beheer voor de (aankomend) groenprofessional,” aldus Kamerling.
De hovenier is de belangrijkste speler in stedelijk gebied. Daar staan wilde
bijen onder druk door sobere inrichting van de buitenruimte, efficiënt beheer en versteende
tuinen. “Daar ligt onze kans”, benadrukt Kamerling. “Op het platteland is de wilde bij al zo’n zestig jaar geleden grotendeels verdwenen, maar elk stukje groen binnen de bebouwde kom – of het nu een bloemrijke berm is of een tuin met een variatie aan drachtplanten – draagt bij aan de levenskansen van deze vliegende bestuivers. Zie het als groene stapstenen met voedsel en nestgelegenheid voor de bij die met elkaar een aaneengesloten gebied vormen waar een gezonde populatie kan ontstaan.”

Scholing

De hovenier heeft een cruciale rol in het inrichten en beheren van deze groene stapstenen: hij is ook degene die de tuineigenaar kan overtuigen van de noodzaak van
biodiversiteit in de tuin. Het project ‘De Groene professional voor de wilde bij’ helpt de groene professional kennis te maken met de verschillende bijensoorten in ons land en schoolt hem in de toepassing van drachtplanten, in de bijenvriendelijke inrichting van klein en grootschalig groen, en in het ecologisch beheer daarvan. Daarbij wordt rekening
gehouden met regionale verschillen. De scholing bestaat uit een inhoudelijk, theoretisch onderdeel en een praktisch deel dat gekoppeld wordt aan een excursie naar een voorbeeldlocatie van goed bijenvriendelijk beheer in de eigen regio.
“Het gaat er om dat de groene vakman weet hoe hij in zijn dagelijkse praktijk kan werken aan de verhoging van de biodiversiteit. Daarom zijn er praktische professionele tools ontwikkeld, gericht op bestendig, ecologisch beheer en op toepassing van stuifmeel- en nectarleverende planten.”

App helpt kiezen

Er is een plantenlijst samengesteld met 650 drachtplanten, bestaande uit inheemse plantensoorten en cultuurgewassen. “Puurdere plantensoorten hebben meer dracht, maar we willen tegemoetkomen aan de hovenier die ook op esthetische gronden voor een plant kiest. Laat het dan wel een drachtplant zijn”, stelt Kamerling. Naturalis ontwikkelt op basis van de plantenlijst een app waarop zo’n zeshonderd plantensoorten te vinden zijn, gekoppeld aan
de bijensoort die erop vliegt. Je kunt zoeken vanuit de bij, de plant en de standplaats (Door: Noortje Krikhaar; foto’s: Arie Koster).

In actie voor de bij

In ‘Nederland Zoemt, in actie voor de bij’ werken Natuur & Milieu, Naturalis, IVN en Wellantcollege samen om de wilde bijen te redden. De acties die de samenwerkende organisaties, elk vanuit hun eigen expertise, ondernemen zijn gericht op het vergroten van voedsel en nestgelegenheid in tuin, park en buitengebied. Zo worden structurele levenskansen
voor de vliegende bestuivers gecreëerd. Natuur & Milieu zorgt ervoor dat burgers en gemeenten bewust worden van de urgentie van de reddingsactie en dat het op de politieke agenda komt. De milieuorganisatie is opdrachtgever in het project. EIS, het insectenkenniscentrum van Naturalis, ondersteunt het project vanuit de wetenschap, zowel richting gemeenten als de richting burger. Behalve de plantenapp die Naturalis samenstelt, maakt EIS ook zoekkaarten. Hiermee kan de tuineigenaar de verschillende bijensoorten in zijn tuin herkennen. IVN richt zich vanuit haar kennis van natuureducatie op scholen, en op de burger met de cursus Tuinreservaten. Het nieuwe onderwijsproject
van Wellantcollege leidt de vakman op, zodat er zowel binnen gemeenten als bij hoveniersbedrijven kennis is over bijenvriendelijk beheer.
De cursus duurt drie avonden en één excursiedag en kost, dankzij een bijdrage van de Postgiroloterij, € 100.