Winterharde, groenblijvende Choisya

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Probeer eens wat anders en kies voor een minder bekende plant als de choisya, een verrassend geslacht met heesters die op veel fronten presteren. Ze zijn winterhard in ons klimaat, groenblijvend en hebben een mooie voorjaarsbloei in mei-juni, gevolgd door een tweede bloei in het najaar. De zoete geur van de witte stervormige bloemen doet denken aan die van sinaasappelbomen. De bladeren ruiken na kneuzen fris kruidig. Ze zijn mooi als solitair struikje én als vakbeplanting. Kees Jan Kraan werkt volop aan nieuwe choisya-varianten.

 

‘Over twee jaar een nieuwe choisya’

Choisya’s zijn geschikt als borderplant en in groepen als vakbeplanting. De planten houden van goed doorlatende grond en verdragen volle zon tot lichte schaduw. Een aantal varianten is goed winterhard, ook al komen ze vanuit het zuiden. Ze verdragen droogte, maar niet gedurende een lange tijd, en zijn weinig gevoelig voor ziekten. Niet alle cultivars blijven even compact. Snoei de plant daarom, als dat nodig is, direct na de bloei in juni met 25 tot 30 cm terug. Dat stimuleert de tweede bloei in het najaar. Drastisch terugsnoeien kan als struiken écht te groot zijn geworden. Knip dan alle takken tot net boven de grond af. April is hiervoor het beste tijdstip. Geef na het snoeien mest of compost en flink wat water. Dit bevordert het herstel van de plant na de snoei.

Veredeling

Choisya ternata is van oudsher de meest bekende choisya. Deze fraaie wintergroene heester wordt ongeveer 1,25 meter hoog. De struik is rond en dicht vertakt en heeft glimmend donkergroen blad. In het late voorjaar verschijnen de schermpjes met geurende witte bloemen, die zo mooi contrasteren met het blad. De Engelse veredelaar Peter Moore ging als eerste met de veredeling aan de slag en heeft zes mooie choisya-hybriden gemaakt. Choisya ‘Aztec Pearl’ was de eerste, die hij al in 1989 op de markt bracht. Deze is beter winterhard en doorstaat onze winters met gemak. Het is een flinke, wat lossere struik, die zich gemakkelijk laat terug snoeien met mooie fijne bladeren. Daarna volgden andere hybriden, zoals de choisya ‘White Dazzler’. Pluspunten van deze nieuwe choisya zijn de compacte, bossige groei en twee tot drie keer per jaar een zee van witte, geurende bloemen. De plant won in 2015 de KVBC-Gold Award. Nieuwe planten krijgen deze onderscheiding wanneer ze zich op verschillende punten in de praktijk hebben bewezen en zich onderscheiden van wat er al is. Een andere nieuwkomer is choisya ‘Goldfingers’, die goed winterhard is en waarbij het jonge blad diepgeel van kleur is.

Op zoek naar nieuwe rassen

Maar de ontwikkelingen staan niet stil; er wordt volop gewerkt aan nieuwe choisya-varianten. In Nederland houdt Kees Jan Kraan, lid van het veredelingsteam van Boot & Dart Boomkwekerijen in Boskoop, zich al acht tot tien jaar bezig met de veredeling van deze heesters. Hij is een veredelaar in hart en nieren; sinds de jaren zeventig veredelde hij tal van planten. Kraan deelt zijn werk inmiddels met een team van specialisten: veredelaar ir. Margareth Hop en sortimentsdeskundige Ronald Houtman. “Veredelen is een stappenplan, waarbij je een lange adem nodig hebt”, vertelt Kraan. “Eerst moet je inventariseren wat er al is en wat je wilt. Bij choisya zijn er al tien soorten en cultivars op de markt. Ons doel is het vinden van planten die zich onderscheiden van wat er al is mét behoud van de goede eigenschappen. We denken aan mooie compacte planten, met groene, glanzende bladeren die net een wat andere vorm of kleur hebben en rijkbloeiend zijn. Op basis daarvan kies je kansrijke kruisingsouders uit. Ik heb als start gekozen voor de hogere, losse ‘Aztec Pearl’ en de lage, compactere ‘White Dazzler’.” Daarna volgt volgens Kraan een proces van jaren van kruisen, zaad winnen, zaaien en dan bekijken hoe de zaailingen zich in de loop van de tijd ontwikkelen. De veredelaar maakte zijn eerste kruisingen rond 2010. Hij selecteerde de mooiste en beste exemplaren om verder te volgen. Van de kansrijke nieuwkomers maakt hij gelijk stekken. Daarvoor heeft hij twee redenen: risicospreiding en het kunnen testen als vakbeplanting. “Ik denk dat we over ongeveer twee jaar een nieuwe choisya kunnen introduceren.” Op het proefveld bij Boot&Dart laat Kraan de geselecteerde kruisingsresultaten zien. De rest is al afgevallen in het selectieproces. De struikjes met een label met nummer horen nu tot de uitverkorenen. “Het komende jaar zal blijken of dit zo blijft. Dan zijn de planten goed aangeslagen en wordt duidelijk of ze – naast alle andere goede eigenschappen – nog steeds mooi compact blijven.” (Door: Marleen Arkesteijn, foto’s Marleen Arkesteijn, Kees Jan Kraan)

Oorsprong

De oorsprong van de choisya ligt in Mexico en het zuidwesten van de Verenigde Staten. Over het algemeen zijn het aantrekkelijke, bossig groeiende heesters met een ronde vorm. Choisya komt – net als een aantal citrusvruchten – uit de wijnruitfamilie (Rutaceae) en draagt daarom ook wel de naam Mexicaanse oranjebloesem. Het is maar een klein geslacht met vijf soorten en een aantal cultivars. Afhankelijk van de soort of de cultivar zijn de heesters 1 tot 3 meter hoog en meer of minder compact groeiend. De twijgen zijn groen of groengeel en verkleuren later naar grijsbruin. De struikjes hebben leerachtige, glimmende bladeren, die handvormig gedeeld zijn. In de oksels of aan het einde van de takken zitten schermpjes met witte stervormige bloemen. Deze bloemen zijn ongeveer 3 cm groot, met vier tot zeven kroonbladeren, gele meeldraden en een groene stamper.