Snoeigereedschap: geluiden uit de praktijk

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Het voorjaar is bij uitstek het seizoen voor snoeiwerk. Ieder heeft zijn eigen voorkeur bij het gereedschap. De één zweert bij een bepaald merk, de ander switcht net zo makkelijk. De accuapparatuur rukt langzaam op, maar de puntjes moeten wel nog op de i gezet worden gezet, benadrukken ondernemers. Zeker bij de boomverzorging valt nog een wereld te winnen op het gebied van gewicht en hanteerbaarheid.

Op een gegeven moment had hij wel acht kettingzagen in zijn bus liggen. Stihl, Echo, Husqvarna, Dolmar. “Ik heb ze allemaal uitgeprobeerd en uiteindelijk geeft het gewicht de doorslag. Een tophandle bedien je soms met één hand als je hoog in een boom moet zagen. Dan drukt al het gewicht op je pols en elleboog. Belasting is een serieus issue”, vertelt Ludo van Mil. Hij heeft zich met zijn bedrijf Van Mil en Essenstam in Den Dungen steeds meer gespecialiseerd in boomverzorging, en wordt veel ingeschakeld door hoveniers. Zijn favoriet is momenteel een Echo-tophandle van slechts 2,3 kg bij een vermogen van 1,1/1,5 kW/pk. Van Mil kan zoveel zagen uitproberen omdat hij testwerk doet en cursussen geeft waarvoor fabrikanten apparatuur ter beschikking stellen. Maar zelf koopt hij ook veel. “Uitproberen en weer verkopen als het voor ons niet werkt. Er is niet één merk dat het beste is. Een collega van mij zegt: ‘Ik zaag niet met een merk, maar met mijn verstand’. Je moet in de eerste plaats een goede dealer hebben. Iemand die je apparatuur meegeeft om ‘m een week uit te proberen. Iemand die kan repareren en je dan apparatuur uitleent zodat je meteen verder kunt.” Omdat Van Mil cursussen geeft, is hij steeds gericht op delen van kennis en inzichten. Hij heeft nog een gouden tip voor hoveniers: “Als je erg veel moet snoeien, bijvoorbeeld vruchthout, koop dan een accusnoeischaar. Die is flink duur – een Electrocoup kost € 1.200 à € 1.300 – maar je kunt je personeel bijna geen groter plezier doen. Vaak wacht je tot er klachten aan handen of duimen ontstaan; dat was bij mij ook zo. Dat is dan de drijfveer voor investering. Maar je kunt de klachten ook vóór zijn.”

En zijn favoriete gereedschap? Gewoon een handzaag, maar dan wel een heel goede Silky. Even geen herrie aan je hoofd en je kunt er best een tak van 10 tot 15 cm mee doorzagen. Van Mil wacht nog even met accumachines. Te zwaar in de boom en bij strenge koude niet zo betrouwbaar, vindt hij.

Duurzaam werken

Collega Isaac Verster in Abcoude – die met zijn twintig jaar tot de nieuwe generatie behoort – wil juist graag met accuapparatuur aan de slag. “Dat is toch echt de toekomst. Ik wil graag duurzaam werken en de klimaatverandering afremmen. Bovendien waarderen de klanten – zowel particulieren als partijen als Natuurmonumenten – het als je met stille machines werkt.”

Verster heeft wel een duidelijk wensenlijst bij de accumachines: “Zo licht mogelijk. Nu zijn accumotorzagen nog zwaarder dan benzineversies. En bij boomverzorging, wat ik het meeste doe, is een ruggedragen accu niet handig. Verder moet je ter plekke kunnen opladen: dus een goede lader voor in de auto staat ook nog op de verlanglijst. En dan het vermogen: een elektrische kettingzaag heeft toch nog niet helemaal het vermogen dat ik nodig heb.”

Verster is een duidelijke fan van Stihl vanwege het gebruiksgemak en de goed beschikbare onderdelen. Verder gebruikt hij een linkshandige snoeischaar van Felco en een Silky-handzaag.

Met zijn bedrijf Groei en Snoei Hoveniers en Boomverzorging specialiseert hij zich steeds meer, omdat bij de boomverzorging toch echt zijn hart ligt. “Ik probeer mensen die een oude eik of beuk willen laten kappen, te overtuigen om ‘m te behouden. Ook als me dat minder geld oplevert. Zo’n boom heeft er zó lang over gedaan om te groeien, en dan zou je ‘m in één dag weghalen. Door goed snoeien –niet de top eruit maar van binnenuit uitdunnen – kun je het lichtverlies beperken. Zo is het al verschillende keren gelukt om mensen over te halen een boom toch te houden.”

Accu’s warm opladen

Stan Dankers, bedrijfsleider van Donkergroen Eindhoven, werkt voor overheid, bedrijven en instellingen, en daarnaast voor de particuliere markt. Voor het snoeien van heesters en bomen gebruikt hij Stihl-apparatuur. “Voor het dagelijkse werk heel betrouwbaar en bovendien hebben we een heel goede servicepartner, die alles op peil houdt.” Langzamerhand gaat hij over op elektrisch. Gemeenteklanten vragen het nog niet, maar zakelijke klanten wel. “Die waarderen het als je geen vergaderingen verstoort door machinelawaai. “En het is veel minder belastend voor onze eigen werknemers. Ze dragen de accu in een backpack, zodat de machine zelf lichter is en ze werken niet de hele dag in het lawaai. Sommige waren eerst wat huiverig, maar nu is iedereen enthousiast. Je moet wel rekening houden met de eigenschappen van de accu’s. Wij laden ze in een warme ruimte op – dan worden ze voller en gaan langer mee”, vertelt hij. Terwijl de hoveniers zich steeds meer ontwikkelen in hun vakmanschap, was er bij gemeenten volgens Dankers een tijd lang een stand-still. “Bij snoeien van bomen en heesters gaan we uit van de eindverwachting en daar stemmen we de snoeitechniek op af. Maar tijdens de crisis zijn gemeenten overgegaan op simpel terugmaaien met een maaibalk. Dan pak je alleen de overhangende takken en krijg je van die groene muren. Gelukkig komt de laatste jaren het besef terug hoe belangrijk groen in de stad is en dat je dat moet goed moet onderhouden.”

Groene ambassadeur

De Paashoef – Hoveniers van Nature in Gemert is in tegenstelling tot de twee vorige collega’s van oudsher een Husqvarna-fan. “Gewoon heel prettige apparatuur. De laatste jaren zie je over de hele linie positieve ontwikkelingen op ergonomisch gebied. De apparaten worden minder zwaar en die tendens moet het liefst nog verder doorgaan, met behoud van vermogen”, vertelt eigenaar Danny Raaijmakers. Ook zij gaan langzamerhand over op accumachines. “Ze zijn een stuk beter geworden. We doen het vanwege het milieu en zeker ook vanwege de kosten. Het brandstofverbruik kan flink oplopen. We doen dit vanuit onze eigen motivatie: onze opdrachtgevers vragen er nog niet om, ook gemeenten niet.”

De Paashoef haalt 80 procent van de omzet uit aanleg. Raaijmakers krijgt veel te maken met opdrachtgevers, zowel particulieren als woningbouwverenigingen, die weinig onderhoud willen en dan al snel kiezen voor verstening. Hij treedt dan soms op als ambassadeur van het groen. “We kunnen onze klanten er vaak van overtuigen dat groen helemaal niet veel onderhoud hoeft te vergen, mits de goede keuzes gemaakt worden bij de aanleg. Je komt dan bijvoorbeeld tot een ontwerp met toch nog 30 tot 40 procent groen. Onze ervaring is dat je als hovenier in overleg met de klant best invloed kunt hebben.”

Geen kaalslag meer

SnoeienHet Groenbedrijf, werkzaam voor de gemeente Deventer, bedrijven en Defensie, is overgegaan op een andere manier van snoei bij bosplantsoen. “Vroeger knipten we het eens in de vijf jaar rigoureus af bij de grond. Nu passen we lichte velling toe: we dunnen de zaak uit. Dat geeft een totaal ander beeld in de wijk: geen kaalslag meer. Bovendien krijg je niet het probleem dat uit de stobben na het terugzetten lange, slappe takken gaan groeien, die je dan in september weer moest aanpakken als ze gingen overhangen”, vertelt Ronny Lubberts. Inmiddels draait meer dan de helft van de apparatuur op accu’s: bosmaaiers, kettingzagen, bladblazers, heggenscharen. “In 2029 willen we klimaatneutraal zijn en alle stroom uit eigen zonnepanelen of uit windmolens betrekken”, vertelt Lubberts. “We hebben een pilot gedaan met Stihl en Husqvarna en onze mensen gevraagd wat ze ervan vonden. Sommigen waren eerst wat terughoudend: ze associëren veel lawaai toch met power. Maar iedereen is nu tevreden over de overgang naar elektrisch. We hebben uiteindelijk gekozen voor Stihl. Maar de ontwikkelingen op dit terrein gaan enorm snel. Bij de volgende keer investeren kan het net zo goed een ander merk worden.”

Het Groenbedrijf is erg vooruitstrevend op het gebied van nieuwe digitale mogelijkheden. Ze houden de vochttoestand op een sportpark en langs een weg met laanbomen op afstand in de gaten met draadloze tensiometers, die hun gegevens via het LoRa-netwerk (‘Internet of Things’) sturen. Verder wil Lubberts op termijn allerlei data verzamelen. Niet alleen informatie die de apparatuur kan leveren (bijvoorbeeld aantal draaiuren), maar ook informatie van bewoners uit de wijk. Allemaal met het doel het onderhoud en de beleving van het groen in de wijk te verbeteren.

Papierwerk

De sector ontwikkeld het vakmanschap voortdurend. En jammer genoeg groeit het papierwerk ook mee. Een ETW-certificaat (European Tree Worker) is niet meer voldoende, steeds meer vragen opdrachtgevers ook om ErBo (Erkenningsregeling Bosaannemers) merkt boomverzorger Dennis van Amsterdam. “Het moet wel een beetje praktisch blijven. De daadwerkelijke kennis in het veld is belangrijker dan de papieren. Gelukkig hebben we praktisch ingestelde opdrachtgevers.” Zijn bedrijf, Van Amsterdam Boomverzorging in Noordwijkerhout, werkt voor particulieren, scholen, gemeenten en Staatsbosbeheer. Vaak verzorgt het het onderhoud en de snoei van hoge bomen met een hoogwerker en klimmers in de boom. Stihltophandlezagen zonder achterhandgreep hebben Van Amsterdams voorkeur. “Die ligt het fijnst in de hand en hebben de beste balans bij zijdelings zagen.” Voor ander werk zet hij ook Husqvarna-machines in. De ondernemer kijkt uit naar de gloednieuwe injectiekettingzaag van Stihl (MS500i), die hij binnenkort geleverd krijgt, als eerste in de regio. De zaag, afgelopen najaar gepresenteerd op de hoofdvestiging in Waiblingen, heeft een ongekend hoog vermogen gezien zijn gewicht.

Van Amsterdam heeft niet zozeer verbeteringswensen ten aanzien van de apparatuur, maar wel op het gebied van de wegafzetting. “Omdat we veel aan bomen langs de weg werken, moeten we regelmatig de boel afzetten. De pionnen en hekken mogen echt wel een slagje lichter worden. Het is altijd een heel gesjouw.”

Tijs Kierkels