Bloemenweide en biodiversiteit belicht

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Bloemenweides en biodiversiteit winnen sterk aan populariteit. Toch moeten we voorkomen dat biodiversiteit een ‘leeg omhulsel’ wordt, waarbij velen na een paar jaar teleurgesteld en gedesillusioneerd de droom van een bloemenweide maar opgeven. Drie gerenommeerde kwekerijen (Cruydt-Hoeck, De Bolderik en Biodivers) vertellen hoe je het hoogste rendement uit de mengsels haalt. Hun doel is niet zozeer om hoge verkoopcijfers te behalen maar om biodiversiteit van een hoge ecologische kwaliteit duurzaam te realiseren.

Passie voor wildeplantenzaden en bloemenweidemengsels

“Meerjarige bloemenweides kunnen jaarrond worden gezaaid, maar de beste periode is de nazomer of de herfst.” Jasper Helmantel nam in 2007 samen met zijn vrouw Jojanneke Bijkerk het zadenbedrijf Cruydt-Hoeck Wildebloemenzaden over na het plotselinge overlijden van Rob Leopold. “Zijn passie was het verzamelen, kweken en aanbieden van wildeplantenzaden en bloemenweidemengsels, als reactie op de teloorgang van onze inheemse flora. Wij zijn daarmee doorgegaan.”

Helmantel legt uit dat het jaar van inzaaien bij meerjarige mengsels een ‘investeringsjaar’ is waarin we weinig bloei verwachten. “In tegenstelling tot geselecteerde groentezaden kiemen wildeplantenzaden niet meteen, maar wachten ze rustig af tot de juiste natuurlijke omstandigheden zich voordoen. Dit verschilt per soort en kan variëren van enkele weken tot wel een jaar. Vooral de ‘koudekiemers’ zullen pas na de eerstvolgende winter gaan kiemen. Het juiste zaaitijdstip is dus minder van belang, sommige soorten zullen wat langer in kiemrust blijven, maar meestal zien we in het groeiseizoen na een paar maanden al diverse kiemplanten ontstaan. Heb geduld en vertrouw er op dat de natuur wel weet wat ze doet. De mooiste zaaitijd is de nazomer en de herfst. Februari en maart is ook prima.”

“Eenjarige bloemenweides kiemen snel en bloeien meteen in het jaar van inzaaien. Ze kunnen het beste gezaaid worden in het vroege voorjaar, februari-maart. De nazomer is ook een mooie zaaitijd. Als je in het najaar zaait, dan heb je bloei in de voorzomer. Het moment van zaaien is van invloed op welke soorten zich het beste ontwikkelen. Met zaaien in het najaar bijvoorbeeld geef je de ‘winterannuellen’ zoals de korenbloem een voorsprong.”

Valkuil

Jasper Helmantel ziet wel een valkuil. “Hoewel bloemenweides en biodiversiteit sterk aan populariteit winnen, moeten we voorkomen dat biodiversiteit een ‘holle hype’ wordt, waarbij boeren, burgers en buitenlui na een paar jaar teleurgesteld en gedesillusioneerd de droom van een bloemenweide maar opgeven. Om dat te voorkomen zijn we naast zadenleverancier de laatste jaren dan ook steeds meer een kenniscentrum geworden, een koers die we de komende jaren uitbouwen. Niet de verkoop van zoveel mogelijk bloemenzaad is ons doel, maar zoveel mogelijk ‘Bloeiende Bloemenweides’, anders gezegd ecologische kwaliteit. We proberen de gemeenten, groenbedrijven en particulieren te helpen meer biodiversiteit van een hoge ecologische kwaliteit duurzaam te behalen. Misschien is ons hoogste doel dan ook wel onszelf overbodig te maken door een bloemrijke wereld te creëren waarin geen behoefte meer is aan een bedrijf als het onze.”

Meerjarige praktijkproef

Zo ver is het nog niet. Een bloemrijke wereld met ecologische kwaliteit moet in stappen worden gerealiseerd. “Om meer ervaring op te doen zijn we in het najaar van 2016 gestart met een omvangrijke meerjarige praktijkproef met bloemenweides. In de afgelopen jaren hebben we al veel geleerd van allerlei kleinere, verspreid liggende proeven en de bloemenweides op onze eigen terreinen. Ook kregen we veel inzicht door bloemenweides te bestuderen bij onze klanten door het gehele land. Maar in deze proef willen we een volgende stap zetten. Door verschillende werkwijzen naast elkaar te leggen, kunnen we de proefvelden goed bestuderen en vergelijken.”
In 42 proefvlakken van elk 25 m2 worden in totaal 21 proeven uitgevoerd, waarbij elke proef steeds twee keer wordt gedaan ter controle. “We zaaien meerjarige mengsels en eenjarige mengsels. We zaaien in verschillende zaaidichtheden, soms gecombineerd met granen of grassen. We zaaien zowel in het najaar alsook in het voorjaar. Ook zullen we in de komende jaren verschillende manieren van beheer gaan toepassen. Op deze manier kunnen we de verschillende manieren van aanpak goed naast elkaar bekijken en ook de effecten op langere termijn bestuderen.”
Jasper benadrukt dat deze praktijkproeven niet zijn bedoeld om wetenschappelijk bewijs op te leveren. “We richten we ons juist op praktijkervaring. Praktische kennis en ervaring die behulpzaam is voor hoveniers, groenaannemers, plannenmakers en particulieren die bloeiende bloemenweides willen aanleggen voor meer biodiversiteit.” (www.cruydthoeck.nl)

Vier redenen voor wilde bloemen
Er zijn redenen genoeg om wilde bloemen toe te passen. Ten eerste draagt dit bij aan een goede leefomgeving voor allerlei bestuivende insecten en andere dieren. Daarnaast maken wilde bloemen in openbaar groen of tuin de leefomgeving mooier en beter. Wilde bloemenweides zijn bovendien vaak gemakkelijker en voordeliger dan gangbaar groenbeheer. Maar misschien nog wel de belangrijkste reden: met wilde bloemen inspireer je volgende generaties om met grote zorg om te gaan met onze dierbare planeet.

Biodiversiteit in stand houden en bevorderen

“Wij vinden het noodzakelijk, gelet op de ontwikkelingen binnen Nederland, dat er maatregelen worden genomen om de biodiversiteit van de hier nog aanwezige inheemse wilde planten in stand te houden en te bevorderen.” Peter de Groot vertelt dat de ambachtelijke onderneming Biodivers is opgericht naar aanleiding van een internationaal Biodiversiteitsverdrag, gesloten in 1992 tijdens een milieutop-overleg in Rio de Janeiro. Waarbij de aangesloten landen zich verplichten de natuurrijkdommen in eigen land te behouden en te verrijken. Hij geeft graag advies aan hoveniers om dit doel te bereiken.

“De bewerking van de bodem is afhankelijk van de bodemstructuur, de aanwezige begroeiing, droogligging, wijze van zaaien en jaargetijde en het zadenmengsel dat je gaat inzaaien. In het ene geval kun je doorzaaien met een weide-eg en in andere gevallen zul je de bodem eerst moeten openmaken, afplaggen en/of frezen. Dit om ongewenste soorten zoveel mogelijk te voorkomen. Het is belangrijk om de juiste bewerking en dus machines te gebruiken voor het beste resultaat.”

 

Mengen en inharken

In de nazomer tot de herfst worden mengsels met twee-jarigen gezaaid. Peter de Groot waarschuwt: “Bij extreme droogte zoals deze zomer het geval was, moet het zaaien worden uitgesteld tot duidelijk is, wanneer het weer gaat regenen. Aan de andere kant zijn wisselvallige perioden met veel regen en kou ook niet geschikt om te zaaien.”
Hij raadt aan de zaden te mengen met zoet grof zand (één deel zaden: honderd delen zand). “Deel het perceel op in gelijke vlakken en verdeel hierover het mengsel. Om te zorgen dat de zaden niet door vogels worden gevonden, kun je het beste de zaden inharken. Het inharken is ook om er voor te zorgen dat de zaden niet uitdrogen en goed contact maken met de bodem.”
Afhankelijk van wanneer je hebt gezaaid, mag je na zes tot acht maanden ontwikkeling de vegetatie maaien en daarna afvoeren. Als je hebt gemaaid is het belangrijk om het hooi na de eerste maaibeurt in juni/juli minimaal vijf dagen te laten liggen, zodat de zaden langer de tijd hebben om uit het gewas te vallen. Hou rekening met twee maaibeurten in de eerste ontwikkelingsjaren na inzaai.(www.biodivers.nl)

Een bloemenweide vergt zorgvuldige voorbereiding

Niet alleen bijen en vlinders, maar ook zweefvliegen, hommels, gaasvliegen en noem

maar op hebben baat bij een bloemenveld voor voedsel of beschutting. Veel insectensoorten kunnen zich maar op een paar plantensoorten voortplanten, dus meer soorten bloemen, betekent meer insectensoorten. Het aanleggen van een bloemenweide lijkt zo simpel, zegt Petra Hageman van de biologische kwekerij De Bolderik. “Begroeiing een beetje weghalen, zaad uitstrooien, beetje regen erbij en klaar is Kees. In de praktijk ziet dat er toch vaak anders uit.”

“‘Er groeit alleen maar onkruid’ horen we dan en ‘na acht weken bloeit er nog steeds niets!’ Hageman benadrukt dan ook dat goede voorbereiding het halve werk is. “Vaak is er al een tijdje niets met de grond gebeurd. Onkruid heeft alle kans gehad om te groeien én zaad te zetten. Door de ‘valskiembed-methode’ toe te passen, kun je een hoop van het onkruidzaad kwijtraken.”

 

Zaadkieming

Hageman: “De nazomer is de natuurlijke zaaitijd: de bodem is gemiddeld warm en vochtig, maar eigenlijk kunnen veel mengsels het hele jaar door gezaaid worden. Een mengsel met alleen meerjarige soorten kan het eerste jaar meerdere keren gemaaid worden. De vaste soorten kunnen daar tegen, stoelen uit en groeien verder. Het grootste deel van het eenjarige onkruid daarentegen niet. De zaadkieming wordt onder andere bepaald door de zaaidiepte. Die mag niet dieper zijn dan het zaad dik is, dus zo ondiep mogelijk! Voor lichtkiemers, zoals klaprozen, geldt dit nog meer. Daardoor zie je vaak na werkzaamheden dat er klaprozen staan te bloeien. Het zaad is door de werkzaamheden aan de oppervlakte gekomen en kon daardoor kiemen.”
De kiemsnelheid wordt vaak overschat, vervolgt ze. “Onder optimale omstandigheden zijn er soorten die in enkele dagen kunnen kiemen. De meeste hebben meer tijd nodig: de eenjarigen meestal één tot drie weken, meerjarige meestal langer. De ontwikkeling tot een bloeiende plant vraagt vervolgens minimaal zes maar meestal acht weken, soms tot drie maanden. Meerjarige soorten bloeien het eerste jaar spaarzaam of niet, het beeld van een mooie bloemenweide krijg je dan pas vanaf het tweede jaar.

Bloemenmengsel

Voordeel van een meerjarig mengsel is volgens haar dat je er voor jaren plezier van hebt, terwijl een eenjarig mengsel elk jaar opnieuw moet worden ingezaaid. “Een mooi bloeiend veld vanaf het eerste jaar krijg je met een mengsel bestaande uit één-, twee- en meerjarige bloemen. Elk jaar krijg je een ander beeld, maar na een paar jaar ontstaat er een meer stabiele situatie. Temperatuur en vocht kunnen echter invloed hebben op het moment van en de mate waarin planten bloeien. Het succes van een bloemenmengsel wordt ook bepaald door de afstemming op de omstandigheden. Grondsoort, storende lagen, vochtigheid, voedselrijkdom en licht. De bodem aanpassen aan het mengsel is veel ingrijpender, duurder en zeker niet altijd succesvol. Als laatste wordt het succes door het maaibeheer bepaald. Op het juiste moment maaien en afvoeren kan een bloemenweide maken of breken”

 

Op de rij

Petra Hageman adviseert hoveniers om eerst een aantal zaken op een rij te zetten. “Wat is het gewenste toekomstbeeld en is er een bestaand beheer waar het in te zaaien stuk in moet passen of wordt het beheer aangepast aan het mengsel? Neem voldoende tijd voor goede voorbereidingen, een goed begin is het halve werk.”
Ook moet worden gekeken naar wat er heeft gestaan. Hageman: “Heeft dat veel zaad gezet? Zijn er wortelonkruiden, deed iets het niet goed waaruit blijkt dat er iets met de bodem is? Het beste resultaat en meest duurzame resultaat krijg je door het mengsel aan te passen aan de bodem, niet de bodem aan het mengsel.”
“Het kan geen kwaad het organische stofgehalte te verhogen. De bodem houdt beter vocht vast. Mengen met vulstof om het zaaien te vergemakkelijken kan, maar is niet noodzakelijk. Mogelijkheden zijn droog zand of overjarig (dood) zaad of bijvoorbeeld brinta o.i.d.. Zaaien kan met behulp van een zaaimachine. Niet elke zaaimachine is echter geschikt voor gemengd bloemenzaad. In de praktijk blijkt een zaaimachine, in professionele handen, alleen voor grote oppervlakken een oplossing te zijn. Mengsels hebben grote en kleine zaden en lichte en zware zaden. Machinaal of handmatig, je moet dus blijven mengen. Hele grote zaden zoals de morgenster kunnen soms beter apart handmatig ingezaaid worden. Alternatief is een kunstmeststrooier. Én bij handmatig, maar ook bij machinaal zaaien, kan het handig zijn om het zaad in porties te verdelen, om te voorkomen dat je overhoudt of te kort komt.”

“Let bij de keuze van het mengsel op grondsoort, vochtigheid, voedselrijkdom, schaduw/zon, kalkrijk/zuur, eventueel maximale hoogte, noodzakelijke soorten/ongewenste soorten, één- of tweejarig en natuurlijke soorten-combinatie of thematisch”, besluit Hageman. “Ook is het goed vast te stellen welk beheer mogelijk is, denk bijvoorbeeld aan wel of geen machines.”
(www.debolderik.net)