Hovenier Mark Reijndorp: 'In de lente moet je keuzes maken'

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

“De lente is de mooiste tijd van het jaar. De bomen staan nog in de knop en in de tuinen staat planten klaar om hun schoonheid te laten zien.” Mark Reijndorp is allround hovenier bij Copijn Groenaanleg en beheer. “Hoveniers monitoren in dit jaargetijde de tuinen om te kijken of alles goed de winter is doorgekomen.”

“Alle jaargetijden hebben iets bijzonders”, benadrukt Mark Reijndorp. “De lente is de tijd waarin je goed moet opletten en belangrijke keuzes moet maken.” Medio oktober zijn de bollen geplant die in de lente hun kopjes boven de grond steken. “Zeker als er een zachte winter aan vooraf is gegaan, moet je haast maken met het verzorgen van die bollen.” Het verzorgen bestaat dan vaak uit het knippen van afgestorven plantmateriaal om de bollen de ruimte te geven om te groeien. “Ook nu moet je kiezen hoe je het aanpakt en dat doen we in overleg met de klant”, vertelt Reijndorp. “Want behalve de bloemen spelen ook de zaden, dode bladeren en plantresten een actieve rol in het beleven van de schoonheid van de natuur. ‘Bruin is ook een kleur’, zegt de bekende tuinarchitect Piet Oudolf. Hij kiest ervoor om planten te laten staan. Wij knippen vaak wel om het beeld van de bollen prominent naar voren te laten komen.” Variatie kun je aanbrengen in een lentetuin waar de bomen nog niet in het blad zijn, met bijvoorbeeld magnolia of een krentenboompje. “Wanneer de krent bloeit, is het echt lente.”

Doelgericht onderhoud

Wortelonkruid en motten

Wilde planten waar je last van hebt, onkruid dus, moeten op tijd worden verwijderd. Wortelonkruiden zijn de hardnekkigste onkruiden in de tuin. Ze vormen ondergrondse, meestal horizontaal lopende, wortelstokken en verspreiden zich snel. Bij afbreken kan elk stukje wortelstok weer met een knoop gaan wortelen en uitlopen. Je moet dit onkruid dan ook met wortel en al weghalen. Om de groei van onkruid zoveel mogelijk te beperken, moet je er vroeg bij zijn. Verwijder jonge onkruidplantjes direct en wied in het voorjaar de border altijd goed door, dat scheelt veel werk in de zomer. Tot de wortelonkruiden behoren akkerdistel, haagwinde, heermoes, kweek en zevenblad. Reijndorp adviseert ook om distels snel weg te halen. “Als je niet meteen maatregelen neemt tegen distels, kan het jaren duren voor je van ze af bent. Als je dit onkruid op tijd afknipt, kan de plant geen zaden achterlaten.” Kweekgras is een wortelonkruid dat zich verankert met lange witte wortels. “Als je de wortels van kweekgras beschadigt, dan staat dit gelijk aan vermeerderen. Kweekgras voelt zich het beste thuis op voedselrijke grond maar dat wil niet zeggen dat de plant niet voorkomt op arme grondsoorten zoals zandgrond. Kweekgras wordt, afhankelijk van de situatie en soort, 30 tot 120 cm hoog. Weg ermee!” In april wordt de kastanjemineermot aangepakt. De kastanjemineermot is een zo’n 5 mm grote vlinder die haar eitjes legt op het blad van kastanjes. Hoewel de voorkeur uitgaat naar paardenkastanjes, zijn mineermotten ook te vinden in andere kastanjesoorten en esdoorns. De rupsen eten zich een weg in het blad van kastanjes. Ze vreten zich door het bladweefsel en vormen daarbij gangen. Bij een grote plaag kan het blad van de kastanje vroeg in het jaar al bruin kleuren. De volwassen motten worden gevangen met feromoonvallen. De mannetjes worden naar een val gelokt zodat ze niet meer kunnen paren. In dezelfde maand wordt ook de buxusmot actief. De motten zetten zich af aan de onderkant van de blaadjes van buxusplanten. De jonge rupsen zijn herkenbaar aan hun gele kleur en later bruin/ zwarte strepen en stippen. Van eitje naar pop duurt een kleine maand en in die tijd wordt de grootste schade aangericht. “Je moet deze mot bestrijden. Als het nodig is, kun je de aangetaste delen van de buxus wegsnoeien. De buxus zal zich herstellen. Beter natuurlijk is aantasting te voorkomen. Dat is ook de reden waarom we zoveel monitoren. Als je een plaag ontdekt, ben je eigenlijk al te laat.”

Het snoeien van zomerbloeiende heesters

In de maanden maart en april, als er geen strenge vorst meer te verwachten is, kunnen de zomerbloeiende heesters worden gesnoeid. Enkele soorten zijn lavendel (Lavandula), herfstsering (Ceanothus) en Spiraea- soorten. De vlinderstruik (Buddleja davidii) en de pluimhortensia (Hydrangea paniculata) kunnen in de lente tot zo’n 40 cm hoogte worden afgesnoeid. Na de snoei lopen de planten weer uit en ze bloeien nog in hetzelfde jaar. “We wachten zo lang mogelijk met snoeien om de insecten een overwinterplaats te bieden. Dat is van groot belang, vooral nu uit onderzoek blijkt dat er veel minder insecten rondvliegen dan een kwarteeuw geleden. Insecten zijn een cruciaal onderdeel van ecosystemen.” In het voorjaar worden ook de appel- en perenbomen gesnoeid. De blauwe regen en verschillende rozensoorten worden opgebonden en meteen bijgesnoeid.

Aanbrengen van mest en compost

“Je kunt pas gaan mesten en compost aanbrengen als de tuin onkruidvrij is. Organische meststoffen, bodemverbeteringsmiddelen en substraten zijn essentieel voor een duurzaam groenbeheer. Een te lage zuurgraad van de bodem stelt plantenwortels niet in staat om voldoende voedingsstoffen op te nemen. Het organische stofgehalte in de bodem kan op peil worden gehouden met een mix aan vers materiaal afkomstig van gewasresten, mest en compost. Een evenwichtige organische meststof kan bestaan uit onder andere koemest, hoefmeel, beendermeel en cacaodoppen.”

Aanvullen van de beplanting

“Als je in het voorjaar niet de goede beslissingen neemt, loop je het hele jaar achter de feiten aan. Zorg daarom in deze tijd voor een goede aanvulling van de beplanting zodat de bodem voldoende bedekt blijft en onkruid geen ruimte krijgt om te kiemen. De lente is de ideale periode om de borders her in te richten. Planten als anemonen, sedum, vrouwenmantel en hosta’s kun je scheuren en delen.” (door: Noortje Krikhaar)

Mark Reijndorp is allround hovenier bij Copijn. Copijn heeft verschillende disciplines waaronder Copijn Groenaanleg en beheer. Dit onderdeel realiseert en onderhoudt grote particuliere tuinen, binnen- en buitenruimten, daktuinen en groene gevels.