Exotische mier mediterraan draaigatje wint terrein

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Zes jaar geleden dook het mediterrane draaigatje voor het eerst op in ons land. Sindsdien is deze exotische mierensoort met een flinke opmars bezig en zijn al dertien kolonies bekend. Zo’n kolonie kan onbeheersbaar groot worden en bewoners tot wanhoop drijven. Ze ondergraven bestrating, zijn zo talrijk dat aangenaam vertoeven in de tuin onmogelijk is en komen ook massaal in huizen om eten te zoeken en te nestelen op warme plekken. Mierendeskundige Jinze Noordijk roept de hulp van hoveniers in om het probleem te lijf te gaan. “Signaleer je een bovengemiddeld mierenprobleem? Meld dit dan meteen.”

Mediterrane draaigatjes komen van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied. De mieren zijn waarschijnlijk door import van tuinplanten – denk aan olijfboompjes, oleanders of druivenplanten – meegekomen uit Spanje, Frankrijk of Italië. En door het opwarmende klimaat kunnen deze exoten inmiddels prima leven in ons land. Mierendeskundige Jinze Noordijk van EIS Kenniscentrum Insecten ontdekte in 2013 de eerste kolonie van deze mieren in Wageningen, niet ver verwijderd van zijn huis. “Deze kolonie is te herkennen aan een lang spoor van zandkratertjes van zeker 10 centimeter doorsnede, op de grens tussen bestrating en tuin. Dit zijn de nestuitgangen”, vertelt Noordijk. “De kolonie is sinds die tijd behoorlijk gegroeid. Toen ik de kolonie vond, was deze nog maar zo’n 10 meter lang en besloeg twee tuinen. Inmiddels is de hoofdas al 190 meter lang, met vier à vijf zijassen.”

Superkolonies mediterraan draaigatje

Jinze Noordijk mediterraan draaigatje

Jinze Noordijk: “Vaak vinden we een cocktail aan middelen op probleemplaatsen. Dat is het slechtste dat je kunt doen.”(Foto: Marleen Arkesteijn)

Noordijk legt uit hoe zo’n superkolonie ontstaat. “Een gewone wegmier heeft één koningin en veel werksters. Nieuwe koninginnen krijgen vleugels, maken een bruidsvlucht en stichten dan ieder een nieuwe kolonie. Die kolonies concurreren met elkaar, vechten om voedsel en houden elkaar in evenwicht en op afstand. Bij het mediterraan draaigatje begint een kolonie ook gewoon met een koningin met veel werksters. Nieuwe koninginnen vliegen echter niet uit, maar worden bevrucht door hun broertjes en gaan dan terug in het moedernest en versterken de kolonie door veel werksters te produceren. Stel, de eerste koningin produceert in het jaar na aankomst driehonderd nieuwe koninginnen, dan heb je twee jaar na kolonisatie al (300 x 300) 90.000 koninginnen in een kolonie. Dat resulteert binnen een paar jaar in een nest met honderdduizenden koninginnen en tig werksters die overal op zoek gaan naar eten en leefruimte. In Zuid-Europa worden de kolonies mogelijk niet zo groot en veroorzaken ze geen extreme overlast in steden. Wellicht komt dat doordat ze daar met name in natuurgebieden voorkomen en natuurlijke vijanden hebben.”

De superkolonies in ons land verdringen volgens Noordijk onze eigen mierensoorten. “Het bestrijden van zo’n superkolonie is bijna onmogelijk. Dit moet gecoördineerd en vanuit de randen gebeuren. Als je de kolonie vanuit het midden bestrijdt, loop je het risico dat er koninginnen blijven leven en dat de kolonie juist aan de randen uitbreidt.”

Grote overlast

Vanwege hun grote aantallen veroorzaken de mediterrane draaigatjes behoorlijk wat overlast. “De mieren werken veel zand omhoog”, vertelt Noordijk. “Ze voeden zich onder andere met de zoete honingdauw die bladluizen afscheiden. Daarom bevorderen ze de aanwezigheid van bladluizen en jagen ze de natuurlijke vijanden weg.

Daarnaast kunnen de mieren bijten en scheiden ze een bijtende vloeistof af. Heb je mediterrane draaigatjes in je tuin, dan is buiten spelen en met blote voeten buiten lopen dus niet leuk meer. Mei, juni, juli en augustus zijn piekmomenten. En naarmate de kolonie groeit, gaan de mieren ook massaal binnen op zoek naar voedsel en warme plekjes voor de eieren. Dit heeft ook een grote psychologische impact. Er zijn mensen die geen visite meer durven te ontvangen, omdat ze geen taartjes met mieren willen presenteren.”

Grootste kolonie in Rotterdam

mediterraan draaigatje ondergravenRotterdam heeft de twijfelachtige eer om te beschikken over de grootste kolonie mediterrane draaigatjes van Nederland. Peter Muilwijk is teamleider plaagdierbeheersing bij de gemeente  Rotterdam. “In 2017 kregen we zoveel

verschillende klachten over mieren, dat we het niet vertrouwden. De mieren liepen in een snelweg van zes á zeven mieren breed in colonnes door woningen. In kelders, door bedden, in spouwmuren, in het dakbeschot en zelfs in babyluiers. Een oplettende bewoner heeft toen mieren opgestuurd naar Noordijk, waardoor bekend werd dat het hier ook ging om het mediterraan draaigatje.”

De betreffende kolonie – in de Rotterdamse wijk Hillegersberg – omvat een gebied van circa 1 ha, waarin 250 woningen staan. In 2018 werd er overigens een tweede kolonie in de stad gevonden. Dit jaar kwamen er weer vier nieuwe gemeentes bij, waar een kolonie is gevonden. Noordijk vreest dat er nog meer gemeenten ‘de klos’ zijn, waar de kolonies nog niet ontdekt zijn.

Integrale aanpak nodig

De mierendeskundige en Peter Muilwijk zien in de praktijk dat zo’n mierenkolonie vaak tot wanhoop bij bewoners leidt, die vervolgens zelf aan de slag gaan. “Ze graven hun tuin af en bestraten hem of ze strooien met gif. Vaak vinden we een cocktail aan middelen op probleemplaatsen. Dat is het slechtste dat je kunt doen. De bestrating zorgt alleen voor nog warmere tuinen, de gifcocktail zou mogelijk kunnen leiden tot resistentie en er zijn ook risico’s voor andere dieren en spelende kinderen”, zegt Noordijk.

De vraag is hoe het mediterraan draaigatje dan te lijf kan worden gegaan. De gemeente Rotterdam gaat voor een integrale aanpak. “Voorlopig richten we ons op het voorkomen van een verdere uitbreiding van de kolonies in Rotterdam. We hebben containers in de getroffen wijken om groenafval apart af te voeren en zo verspreiding tegen te gaan”, zegt Muilwijk.

Het uitroeien van de mieren vergt een bredere aanpak. De adviezen van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) zijn daarin leidend voor Muilwijk. “We komen als getroffen gemeentes een paar maal per jaar bij elkaar voor overleg. Het adviescentrum bekijkt per gemeente de aanpak. Vanaf 1 januari 2019 is het vaak gebruikte lokmiddel Maxforce Quantum, op basis van de werkzame stof imidacloprid, verboden omdat dit schadelijk is voor bijen. Met dit middel konden we de omvang van de bestaande kolonies nog een beetje in de hand houden.”

De teamleider plaagbeheersing zou graag zien dat er een inventarisatie komt van mogelijk beschikbare  middelen tegen mieren bij bestrijdingsmiddelenf abrikanten. “Het mooist zou zijn als gemeenten een tijdelijke ontheffing voor Maxforce Quantum of een van de andere mogelijke middelen zouden krijgen. Als we per gemeente met een ander middel aan de slag gaan, kunnen we onderzoeken welk bestrijdingsmiddel het meest effectief is.”

Noordijk waarschuwt dat een kolonie ook hiermee niet meteen zal zijn uitgeroeid. “Ook mét een geschikt bestrijdingsmiddel duurt het nog vijf à tien jaar voordat zo’n kolonie echt weg is. Als de soort überhaupt al definitief weg te krijgen is.” Speciaal voor hoveniers die actief zijn op getroffen plaatsen heeft hij ook nog een advies: “Gebruik zo min mogelijk planten die gevoelig zijn voor luizen. Hoe minder voedsel de mieren hebben, des te minder snel zullen ze zich uitbreiden. En zorg voor dikke beplanting die schaduw geeft; daar houden de warmteminnende mieren niet van.”

Marleen Arkesteijn

Wat kan een hovenier doen tegen het mediterraan draaigatje?

Let bij de aankoop van mediterrane planten op mieren in de kluit van de plant en waarschuw de verkoper en NAK Tuinbouw als je deze vindt (let op: ook de gewone wegmier komt regelmatig voor in potplanten, maar deze hoeft niet gemeld te worden).

Licht de bewoners in als je in de tuin een grote of ongebruikelijke mierenactiviteit ziet. Stuur bij twijfel één of enkele mieren op naar EIS Kenniscentrum Insecten (Postbus 9517, 2300 RA Leiden, 071 7519314, eis@naturalis.nl)

Als het om het mediterraan draaigatje blijkt te gaan, meld dan het mierenprobleem dan bij de gemeente.

Voorkom verspreiding wanneer je werkt in een gebied waar deze exotische mieren voorkomen. Overleg met de gemeente welke mogelijkheden er zijn om het afval gescheiden aan te leveren, zodat het vernietigd kan worden 

Gebruik op plaatsen waar deze mieren voorkomen geen planten die gevoelig zijn voor luizen en werk met beplanting die veel schaduw geeft. Dan heeft de mier het lastiger.

Ga niet zelf bestrijden en strooi geen gif in mierennesten!

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 4 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.