Hoveniers vaker ‘in beeld’ bij planontwikkeling

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Mede ingegeven door de veranderende functies van groen krijgen hoveniers en groenvoorzieners steeds vaker een adviserende rol toebedeeld binnen projecten. Ondernemers worden eerder betrokken bij de planontwikkeling en/of zitten in een bouwteam. Van de hovenier vergt dit andersoortige kennis.

 

Richard Maaskant, hoofd Ondernemershelpdesk bij de VHG, ziet als geen ander deze ontwikkeling terug in de vragen die op de helpdesk voorbijkomen. Hans Dittmar en Henk Zandee van Weverling Groenproviders in Monster maken het mee in hun dagelijkse praktijk. Dittmar houdt zich bezig met zakelijke groenprojecten, zijn collega is bedrijfsleider bij Allure Tuinen. Dit dochterbedrijf van Weverling richt zich voornamelijk op particulier en specialistisch groen, bijvoorbeeld voor Verenigingen van Eigenaren.  

Meerwaarde van groen

De waarde van groen verandert, geeft Maaskant aan. “In het verleden ging het vooral om sortimentskennis: het herkennen van planten, hun standplaats en de groei. De laatste jaren is dat veranderd. Er is een extra dimensie bijgekomen: het belang van groen. Groen kan verschillende functies vervullen, zoals het vergroten van de biodiversiteit of het verbeteren van de luchtkwaliteit door het afvangen van fijnstof. Daarnaast heeft groen een positief effect op het welbevinden van mensen, bij wonen, werken, recreëren en in de zorg.”

Dittmar herkent de geschetste verandering. “Op school leerde je bomen, struiken en vaste planten herkennen in zomer en winter. Het ging om kleuren, hoogtes en combinaties. Vandaag de dag moet je als hovenier weten wat de functie en meerwaarde van groen is en welke rol dit kan vervullen voor de waterafvoer, ons welzijn, de fauna enzovoort. Deze extra kennis hebben we binnen ons bedrijf zelf opgebouwd. Die kennis geven we weer door aan onze klanten.”

Expertise gebruiken

Maaskant ziet dat er wat dit betreft de laatste vijf jaar steeds vaker een beroep wordt gedaan op de kennis die binnen de branche is opgebouwd. Bijvoorbeeld om mee te denken over de (her)inrichting van een woonwijk of bedrijventerrein. “We hoeven zelf niet meer te prediken wat het belang van groen is. Dat is nu wel helder. Nu is de vraag: hóé moet je de buitenruimte inrichten om aan de verschillende opgaven te kunnen voldoen. Bijvoorbeeld een groene woonomgeving, een goede buffer voor regenwater, het afvangen van fijnstof en voldoende biodiversiteit. Daar is de deskundigheid van de hoveniers en groenvoorzieners voor nodig.”

Ook Dittmar en Zandee merken deze tendens en zien dat er met name meer aandacht is voor klimaatverandering en de waterproblematiek die daarmee samenhangt. “In een bestrate tuin kan regenwater niet goed weglopen; in een tuin met veel groen kan dat wel”, vertelt Dittmar. “Een groene tuin kan ook heel modern en onderhoudsarm zijn. Wij werken in de openbare ruimte veel met een combinatie van vaste planten die weinig onderhoud vraagt.”

Dittmar merkt dat vooral zakelijke opdrachtgevers steeds meer om die expertise vragen. “Ze willen weten wat ze kunnen doen om de buitenruimte duurzaam te maken en de meerwaarde van groen optimaal te benutten.”

Voorbeelden

Dittmar komt met enkele praktijkvoorbeelden, waarbij ‘duurzame’ functies, zoals de gefaseerde opvang van regenwater en het creëren van een beter leefklimaat, worden gecombineerd met een meerwaarde voor mensen met een zorgbehoefte. “Twee jaar geleden kregen we de vraag om bij de afdeling kinderoncologie van het Leids Universitair Medisch Centrum van een zwart bitumen dak een duurzame, nagenoeg onderhoudsvrije daktuin te maken. Deze moest een vrolijke uitstraling hebben voor de zieke kinderen die erop uitkeken. We hebben een tuin gemaakt met veel kleuren en ‘kijkgroen’ in potten. Onder het oppervlak van de daktuin zit een waterbufferende laag. Het opgevangen water wordt deels gefaseerd afgevoerd en deels benut voor de daktuin.”

Het tweede voorbeeld is een daktuin in opdracht van Laurens Zorg Rotterdam en Dura Vermeer in de Rotterdamse Motorstraat. Hier werden de groenvoorzieners al in een vroegtijdig stadium bij het project betrokken en gevraagd om mee te denken. “We hebben bij het ontwerp en de aanleg van de daktuin rekening gehouden met de gebruikswensen van de toekomstige bewoners en hun bezoekers en de voorwaarden wat betreft de belastbaarheid van het dak. Daarvoor was een budget beschikbaar. Het voordeel was dat het hier niet ging om een bestaande situatie, zoals bij het LUMC, maar dat we al tijdens de bouw konden meedenken en beginnen. Wanneer je ná de bouw pas kunt starten, kost dat misschien wel de helft meer en had een deel mogelijk niet gerealiseerd kunnen worden. We konden hier bijvoorbeeld gebruikmaken van de bouwkraan, die er toch al stond. Ook was de bereikbaarheid van het dak beter.

Particuliere tuinen

Henk Zandee ziet vergelijkbare ontwikkelingen in de particuliere tuinen. De extra kennis die Allure Tuinen heeft opgebouwd, wordt de laatste jaren steeds belangrijker om een goed advies te kunnen geven voor een tuin waarin groen meer functies heeft. Ook hier is het essentieel om in een vroeg stadium betrokken te zijn. House of Green, de ontwerptak van Allure Tuinen, neemt de particulier daarom mee bij het ontwerpen van een meer duurzame tuin. “We brengen mensen op ideeën hoe ze hun tuin anders in kunnen richten. Ze willen graag iets tastbaars zien. Soms laten we twee ontwerpen zien: een met beton en de andere met groen. Meestal kiezen ze dan de tuin met meer groen.”

Als voorbeeld noemt Zandee de tuin van een milieuvriendelijke Tesla-bezitter met een kunstgrasveld. “Wij gaan dan de discussie aan en vragen waarom hij voor kunstgras kiest. Weet hij wat dit doet met de waterberging? Uiteindelijk komt er plaats voor meer groen. Niet alleen in de tuin, maar ook een sedumdak op zijn schuur. Er is nauwelijks meer onderhoud en groen kost minder dan verharding.”

Meedenken is investeren

In het vak van hovenier en groenvoorziener moet je eerst investeren, benadrukken Dittmar en Zandee. “Pas daarna kun je iets verdienen”, zegt Zandee. “Vaak werken we in langdurige relaties met vaste opdrachtgevers en delen we de kennis. Soms pakt het verkeerd uit.”

Als voorbeeld noemt hij een nieuwbouwproject in Haaglanden, waarbij de bouwer Weverling al in een vroeg stadium betrok bij de duurzame ontwikkeling van de wijk. “De duurzame inrichting van de openbare ruimte is een eis van de overheid. Daar is budget voor. Wanneer je daar de particuliere tuinen bij kunt betrekken, heb je meteen een heel oppervlak dat duurzaam groen is ingericht. Wij zijn daarom ook aangezocht voor het ontwerp van duurzame privétuinen. Toen we daar concrete plannen voor hadden, haakte de aannemer alsnog af. Een leermoment. Om zulke situaties te voorkomen en er financieel niet te zeer bij in te schieten, is het aan te raden om van te voren goede afspraken te maken en projecten op te knippen in onderdelen: voorbereiden, plannen en inschrijven op de aanbesteding.”

Marleen Arkesteijn

 

De Levende Tuin

De VHG ondersteunt ondernemers bij het gericht aanbieden van kennis; onder andere in de vorm van rapporten en handboeken. In 2010 gaf de VHG bijvoorbeeld het handboek ‘De Levende Tuin’ uit, dat ondernemers praktische handvatten biedt bij het inrichten van een tuin die de eerder genoemde problemen het hoofd biedt. Per thema ‘Water’, ‘Bodem’, ‘Dieren’, ‘Energie’ en ‘Voedsel’ staan er voorbeelden in, die kunnen dienen als voorbeelden voor de opdrachtgever.

Dit jaar kwam er een vervolg uit, waarbij de behoeften en wensen van de klant het uitgangspunt zijn. Er staat voor de verschillende doelgroepen – particulier, bedrijf, onderwijs, zorg, woningbouw / VvE en overheid – benoemd wat de meerwaarde van de levende tuin is voor klimaat, mens, natuur en economie.