Is er nog toekomst voor de buxus?

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Een makkelijke, sterke en populaire plant: de tijden dat de buxus deze status genoot, liggen helaas achter ons. De buxus wordt al vele jaren geplaagd door de schimmels cylindrocladium buxicola en volutella buxi. De laatste jaren kwam daar een hardnekkig probleem bij: aantasting door de buxusmot, een fenomeen dat inmiddels over heel Nederland is uitgerold. Is er nog toekomstperspectief voor de buxus in ons land, en wat kun je als hovenier doen om de plant gezond te krijgen en houden?

Het gezegde ‘Al het goede komt van ver’ geldt niet in het geval van de buxusmot. Dit van oorsprong Aziatische insect is de laatste jaren wijdverspreid door Europa en tast inmiddels ook op grote schaal Nederlandse buxussen aan. Entomoloog Rob van Tol van Wageningen Plant Research: “Het beestje komt oorspronkelijk uit Oost- Azië; Japan, Korea, China et cetera. Voordat het in Nederland werd gesignaleerd, was het al meerdere jaren actief in Midden- en Zuid-Europa. We noemen het de buxusmot, omdat dit insect zich heeft ‘gespecialiseerd’ in buxusplanten. De angst is dat het beestje ook naar andere planten overstapt, maar daar zijn vooralsnog weinig aanwijzingen voor. De zwarte moerbei (Morus nigra) wordt genoemd als enige andere waardplant die kan worden aangetast.”

‘Goed overleven in kou’

Volgens Van Tol is de buxusmot een sterk insect dat zich makkelijk verspreidt. “Je hoort vaak dat mensen het oprukken van de buxusmot toeschrijven aan de klimaatverandering. Hoewel we inderdaad steeds vaker last krijgen van plagen die normaal gesproken alleen in warmere klimaten voorkomen, ben ik van mening dat deze aanname in het geval van de buxusmot te kort door de bocht is. De mot kan immers goed overleven tijdens onze koude Hollandse winters. Een ander idee is dat het beestje simpelweg met de wind meedrijft en om deze reden langzaam oprukt naar het noorden. Men gaat er wel vanuit dat de eerste introductie in Nederland is ontstaan via besmet plantmateriaal uit Duitsland.”

‘Geen natuurlijke vijanden’

Dat de buxusmot ongestoord zijn gang kan gaan, komt volgens Van Tol omdat het hem in ons land vooralsnog ontbreekt aan natuurlijke vijanden. “De beestjes vermeerderen zich snel en er zijn nog geen natuurlijke vijanden die de plaag kunnen temperen; een typisch probleem bij exoten. Buxus is geen plant waarin vogels normaal gesproken rupsen zoeken, maar wellicht dat dat de komende jaren verandert. In Azië heeft de mot wél natuurlijke vijanden, waardoor de populatie hier binnen de perken blijft. Nu zou je denken: introduceer deze natuurlijke vijanden – voor ons exoten – ook in ons land, zodat zij de buxusmot kunnen opruimen. Zo simpel is het echter niet. Dan bestaat namelijk het risico dat dit ten koste gaat van bepaalde vlinders die wij juist willen beschermen.”

In zijn eigen achtertuin kreeg de entomoloog ook te maken met de buxusmot. “De mot heeft flink toegeslagen, terwijl ik er toch verstand van zou moeten hebben. Ik zat er wel bovenop, maar het grote probleem is: als je ‘m ziet, ben je eigenlijk al te laat! Wanneer de rupsen beginnen te vreten, moet je direct beginnen met bestrijden en die behandeling regelmatig herhalen. Je moet er echt langdurig energie insteken; daar ligt vaak het pijnpunt.”

Blijven controleren

Hovenier Bart van der Veen van Groenbewust in Woensdrecht erkent het probleem dat Van Tol schetst. “Mensen hebben niet meteen in de gaten welke schade aan de buxus is aangericht. De rups valt vaak later pas op, en dan ben je in de meeste gevallen al te laat.”

De buxusrups en -mot zijn actief in de periode van april tot oktober. De rupsen, die worden geboren uit de eitjes van de buxusmot, overwinteren in buxusplanten. Ze zijn niet meteen zichtbaar omdat ze in proppen samengesponnen oud blad zitten. In de spinsels zijn lichtgroene korreltjes waar te nemen: de uitwerpselen van de rupsen. De aanwezigheid van kleine rupsen is te herkennen aan streepjes afgeschaafd bladmoes. Grote rupsen eten de bladeren af, wat resulteert in kale takken en afgevreten bladnerven. De rups is eerst binnen in de plant actief; de belangrijkste reden dat de schade meestal pas laat wordt opgemerkt.

Van der Veen geeft collega-hoveniers de tip om niet alleen te letten op de eerste signalen, maar vooral ook alert te blijven. “Als je de eerste tekenen ziet, moet je blíjven controleren op aantastingen. Let vooral op spinsels, aangevreten bladeren en bruine plekken. Als je dan in de plant kijkt, kom je vanzelf rupsen tegen.”

De rupsen worden actief boven de 10 °C, de grotere exemplaren verpoppen in april. De rupsen groeien uiteindelijk uit tot buxusmotten, die maar liefst achthonderd eitjes leggen in de acht dagen dat ze leven. Die eitjes leggen ze aan de onderkant van buxusbladeren. De buxusmot is te herkennen aan zijn witte vleugels met een bruine rand en een bruine kop. Een volwassen mot is ongeveer 4 cm groot. Buxusmotten leggen hun eitjes in de buxus, maar vreten niet aan de bladeren; dit is het werk van de rupsen.

Biologisch bestrijden

De hamvraag is natuurlijk wat de mogelijkheden zijn om de buxusmot te bestrijden. Er is een natuurlijk bacteriepreparaat voorhanden, een biologische middel gebaseerd op de bacterie Bacillus thuringiensi. Dit mag in Nederland echter niet worden verkocht. Entomoloog Van Tol: “De motten leggen eitjes, en uit de eitjes komen rupsen. Hoe jonger de rupsen worden bestreden, hoe groter het effect van de bacterie. Het grootste probleem is echter – zoals eerder genoemd – de waarneming: omdat de rupsen lang niet altijd tijdig gesignaleerd worden, is deze bestrijdingsmethode geen sluitende oplossing. Door de afgelopen hete zomer zullen veel particulieren de verdroging van hun buxussen hebben toegeschreven aan de droogte tijdens de hittegolf. Om deze reden hebben ze vaak geen hovenier gevraagd om mee te zoeken naar een oplossing, maar schreven ze de planten al bij voorbaat af.”

Als de buxusmot zijn schade al heeft aangericht in de buxus, is het in de meeste gevallen verstandig om de buxus uit de tuin te verwijderen en een plaatsvervanger te herplanten, adviseert Van der Veen. Dat is in zijn ogen het meest duurzame alternatief. “Zeker omdat dan geen chemicaliën meer nodig zijn. Mijn advies is om de buxussen bijvoorbeeld te vervangen door Ilex-variëteiten, de Taxus baccata of Osmanthus X Burkwoodii. Deze planten zijn niet gevoelig voor de buxusmot en schimmels. Tegelijkertijd breng je op deze manier meer diversiteit in de beplanting in een tuin.”

Lokferomonen

BuxusWie de buxus zeker nog niet opgeeft, is Steven Oostendorp. Met zijn bedrijf Buxus Dokter richt hij zich volledig op de bestrijding maar ook het voorkomen van de buxusmot. “Veel hoveniers hebben de buxus afgeschreven. Ik snap deze houding wel, maar vind het ontzettend jammer.” Door intensief onderzoek vergaarde Oostendorp enkele jaren geleden veel kennis over de mot die de buxus treft. Hij testte de beschikbare bestrijdingsmiddelen die op de markt zijn om de buxusmot te lijf te gaan. “Niet ieder middel was effectief en soms was de prijs ook nog erg hoog. Daarop heb ik me verdiept in lokferomonen; een hulpmiddel om de populatie buxusmotten terug te dringen.”

Oostendorp testte een aantal lokferomonen in de vorm van geurstaafjes die de geur nabootsen van de vrouwelijke buxusmot. “Honden, katten en mensen kunnen het niet ruiken, maar insecten hebben een ongelofelijk gevoelig reukorgaan. Het lokferomoon lokt de mannelijke motten, waardoor de vrouwelijke motten niet bevrucht raken. Zo wordt de ontwikkeling van de nieuwere generatie buxusmotten geremd.” Na zijn bevindingen over de vele feromonen is hij zelf op de markt gekomen met een eigen feromoon. De buxusexpert adviseert ieder seizoen een geurstaafje te plaatsen in een zogeheten feromonenval. Hoeveel vallen per tuin nodig zijn, is niet simpel te zeggen. “Dit hangt af van veel factoren, zoals de grootte van de tuin en de ligging; solitair met een bosrand erlangs of in een woonwijk. Cruciaal is ook de hoofdwindrichting in de tuin in de avond. Buxusmotten zijn vooral in de schemer actief en het is belangrijk dat de geur dan de goede richting uitgaat. Daarom breng ik altijd eerst het gebied rondom een tuin in kaart en stem daar mijn advies op af.”

Veel kennis nodig

Met het plaatsen van de feromonenvallen zit het werk van de hovenier er nog niet op, stelt de buxusspecialist. “Ik kan geen algemene aanpak beschrijven, het komt altijd aan op maatwerk. Hoveniers hebben veel kennis nodig om de buxusmot aan te pakken: je moet de omgeving van de tuin kennen, maar ook veel weten over het gedrag van de buxusmot. Dat gedrag is in het begin van het seizoen weer anders dan in het najaar, vooral onder invloed van de temperatuur. In de winter gaan ze in de pauzestand – de diapauze – en zijn ze niet actief. Bestrijden van de rups is dan niet efficiënt.”

Ook is het volgens Oostendorp belangrijk om te ontdekken wat de favoriete plekken van de buxusrups in een tuin zijn; de motten leggen het liefst steeds op dezelfde plek hun eieren. “Als je dat weet, kun je de bestrijding meer lokaal en gerichter inzetten. Dat is beter voor het milieu en ook nog meer kosteneffectief.”

Vooral in het voorjaar alert

De ‘Buxus Dokter’ raadt hoveniers aan vooral in het voorjaar alert te zijn op de buxusrups en -mot. “Eind maart/begin april wordt de oude rupsenkolonie van de rups – generatie 4/5 van 2018 – namelijk weer actief. Een deel daarvan heeft zich afgelopen jaar ver genoeg ontwikkeld om te transformeren tot mot. Anderen ontwaken als rups, eten van de buxus en ondergaan uiteindelijk de metamorfose tot mot. Zo zorgt de laatste generatie van 2018 ervoor dat een nieuwe generatie klaarstaat om toe te slaan in 2019.”

Nieuwe soorten

Hoewel Oostendorp snapt dat consumenten huiverig zijn om te kiezen voor buxus, is er goed nieuws, stelt hij: “Dit en volgend jaar komen er nieuwe soorten buxus op de markt – gekweekt in Nederland en België – die resistent zijn tegen de huidige schimmels en slechts lichtgevoelig zijn voor de buxusmot. Het blad is iets anders dan de huidige buxus zoals we die kennen en de geur is minder sterk.” Wie het niet aandurft om meteen deze nieuwe buxussoorten te planten, raadt Oostendorp aan om te gaan voor taxus, prunus of photina Red Robin. “Maar dat gezegd hebbende: wie zich als hovenier verdiept in de do’s en don’ts van de buxus, kan hier ook zeker een gezonde, sterke plant van maken en houden!”

Overstappen

Entomoloog Van Tol ziet op korte termijn geen kant-en-klare oplossing als het gaat om de bestrijding van de buxusmot en -rups. “Buxus is geen belangrijk voedselgewas, dus de noodzaak om snel een nieuw bestrijdingsmiddel te ontwikkelen, is er niet. Feromonenvallen gebruiken om zo de mot weg te vangen, is minder eenvoudig gezegd dan gedaan. In ons land mag je het feromoon alleen toepassen voor waarneming en dus niet voor bestrijding.

Volgens Van Tol is het de komende tijd afwachten wat de consument gaat doen. “Ik verwacht dat deze de buxus steeds vaker links zal laten liggen. Buxuskwekers gaan dat absoluut merken. Door de buxusmot is de buxus zijn status als makkelijke plant definitief kwijtgeraakt.”

Daphne Doemges & Noortje Krikhaar


Buxusschimmels bestrijden

BuxusPraktische tips voor de hovenier van buxusspecialist Steven Oostendorp:

– Zorg dat de buxus goed kan ventileren: laat de plant niet te breed worden, snoei ‘m af en toe terug.
– Verwijder oud blad, daar kunnen schimmels in groeien.
– Voorkom dat de plant contact met de grond maakt, zorg dat de wind goed onder de plant door kan.
– De schimmels verspreiden zich vooral via giet- en drainwater; houd daar rekening mee.
– Momenten met veel zon en vocht vormen een risico, omdat dan broei ontstaan in de plant. Dat zijn ideale omstandigheden voor een schimmel. Controleer de buxus extra op deze piekmomenten. Verwijder aangetaste blaadjes/takken met de hand, anders breidt de aantasting zich snel uit.
– Rooi en vernietig zwaar aangetaste planten.
– Zorg dat bij het verwijderen van zieke planten geen verdere besmetting kan plaatsvinden. Doe besmet materiaal daarom in plastic zakken.
– Is het bekend dat een deel van de buxus is aangetast door schimmel? Snoei de aangetaste plek als laatste.
– Maak materiaal tijdens en na afloop altijd goed schoon, om besmetting te voorkomen. Doe dat met een combinatie van een smeer- en ontsmettingsmiddel of ontsmet de snoeischaar met alcohol. Vernevel een kleine hoeveelheid alcohol over het gereedschap en vet het daarna weer goed in.

 

Hoe zit het met de buxusschimmels?

Al vele jaren voordat de buxusmot zijn pijlen op de buxus richtte, werd de plant al aangetast door de schimmels Cylindrocladium buxicola en Volutella buxi. Worden de schimmels niet bestreden, dan ontstaan er eerst ronde, donkere vlekken op het blad. Daarna sterven de bladeren af en uiteindelijk hele takken. Entomoloog Rob van Tol: “Deze schimmels staan helemaal los van de komst van de buxusmot. Maar het feit dat we ook te maken hebben met de buxusschimmels, maakt het nog moeilijker om te bepalen wat de oorzaak is van een aantasting. De symptomen van vraat en schimmel zijn niet eenvoudig van elkaar te onderscheiden.”