Jacqueline van der Kloet: ‘Voorjaarsbollen halen het seizoen weken naar voren’

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Groenontwerper Jacqueline van der Kloet deed niets liever dan door de proeftuin bij de hogeschool lopen om steeds meer soorten vaste planten te leren kennen. Zodra ze haar eigen tuin had, ging ze zelf experimenteren. Vaste planten bleven de belangrijkste basis van haar beplantingsplannen tot Jacqueline 25 jaar geleden de voorjaarsbollen ontdekte.

Het toenmalige Internationaal Bloembollen Centrum vroeg Jacqueline iets over voorjaarsbloeiende bollen te schrijven. Toen ze bekende dat ze daar nauwelijks ervaring mee had, kreeg ze kratten vol bollen thuis. Ze kon niet wachten tot het lente werd. “Al in februari verschenen de eerste bloemen en naarmate het seizoen vorderde, werden het er steeds meer, in de meest fantastische kleurencombinaties!” Jacqueline heeft sindsdien haar hart verpand aan bloembollen. “Vooral aan voorjaarsbollen, omdat die bloeien in een tijd dat er nog weinig kleur in de tuin is. Met voorjaarsbollen haal je het tuinseizoen op zijn minst acht weken naar voren.”

Planning

Planning is de basis voor succes, heeft Jacqueline ervaren. “Je zou een jaar lang moeten opschrijven welke plekken in de tuin een aanvulling van bollen kunnen gebruiken. Het gaat om de kunst van het combineren, om het samenspel van voorjaarsbollen met vroegbloeiende of vroeg in blad komende vaste planten. Diezelfde bollen geven tegen een achtergrond van groenblijvende heesters, zoals struikklimop, Viburnum, hulst en taxus, een verrassend effect. Combinaties van bollen die hier en daar terugkeren, brengen lijn in het geheel. Het is dan ook goed om je te realiseren dat het meer effect heeft als je een beperkt aantal goed op elkaar afgestemde soorten, liefst in grote hoeveelheden, gebruikt dan veel soorten in kleine aantallen. Dus liever vijfhonderd narcissen in drie verschillende variëteiten dan een zelfde aantal bollen dat bestaat uit narcissen, druifjes, krokussen, anemoontjes en boshyacinten.”

De juiste keuze

“De sfeer van de bollen moet aansluiten bij de sfeer van de tuin”, benadrukt Jacqueline. “Bepaalde bolgewassen horen meer in stadstuinen thuis, andere zijn typische landschapstuinbollen en er zijn er waarmee je beide kanten op kunt.” Voorbeelden van typisch stadse bolgewassen zijn hyacinten, dubbelbloemige en gefranjerde tulpen, Allium giganteum en Fritillaria imperalis. In een landschappelijke tuinen voelen Anemone blanda, Fritillaria meleagris en Camissia zich thuis, net als vele soorten narcissen.
Naast soortkeuze zijn ook kleur en bladtextuur van essentieel belang. De aanwezige vaste planten en eventuele heesters dienen als uitgangspunt. De bollen worden immers meestal als laatste groep toegevoegd. Kleuren en de juiste samenstelling daarvan zijn belangrijker dan vaak wordt gedacht. “Kleuren hebben invloed op onze emoties”, stelt Jacqueline. “Een verkeerde samenstelling ervan geeft een onrustig, chaotisch gevoel. Een combinatie van kleuren die in de kleurencirkel in elkaars nabijheid liggen, geeft rust of aangename spanning: geel met oranje en zachtrood of oranje met rood en roze. Een kleur staat nooit op zichzelf, maar wordt altijd beïnvloed door kleuren die in de omgeving voorkomen. Van die wetenschap moet je gebruikmaken bij het invullen van een kleurenschema voor de tuin.”
De groenontwerper geeft als voorbeeld de elegante, rustgevende combinatie van dieprode leliebloemige tulpen ‘Red Shine’ met het vroege, frisgroene blad van daglelies (Hemerocallis). Dezelfde tulpen, gemengd met dubbelbloemige, late tulpen ‘Carnaval de Nice’ (wit met rood gevlamde, op pioenen lijkende bloemen) roepen associaties op met feestelijkheid en uitbundigheid.

Droomcombinaties

Jacqueline deed er jaren over om de in haar ogen allerbeste combinaties met bollen te maken. “Dat is een kunst op zich. Een combinatie aan de hand van plaatjes werkt niet. Je krijgt geen zicht op het uiterlijk van de plant. De kleuren kloppen vaak niet en naar de goede hoogte moet je gokken.” Vele bezoeken aan de Keukenhof hielpen haar om droomcombinaties te maken. “Ik was daar meerdere malen per seizoen, om zoveel mogelijk de opeenvolging in bloei te kunnen volgen, om op de hoogte te blijven van nieuwe soorten en variëteiten en om op te schrijven welke soorten ik mooi vond. Het boekwerk dat daaruit ontstond, gaat vooral over combinaties van tulpen. Tulpen zijn stuk voor stuk zeer uitgesproken bloemen en het is lastiger die met elkaar te combineren dat bijvoorbeeld de veel ‘gewonere’ narcissen.”

Jacqueline noemt de gouden regels die de sleutel zijn tot succes:

Tijdig bestellen. Als je pas in september aan bollen denkt, ben je eigenlijk al te laat. De meeste keus en voorraad is er direct na de rooitijd in juni.
Goede grondstructuur. De meeste bollen houden niet van natte voeten. Uitzonderingen zijn Allium triquetrum (driekantig look), Allium ursinum (daslook), Fritilaria meleagris (kievitsbloem) en Leucojum aestivum (zomerklokje). Te droog is ook weer niet goed.
Tijdelijk bewaren. Pak bollen direct na aankomst uit. Bollen die snel uitdrogen, waaronder Allium ursinum, Eranthis, Erythronium, Fritillaria, Galanthus, Leucojum vernum en Lillium, moeten tot het moment van planten bewaard worden in een bak met zand of turfmolm. Anemone, Eranthis en ook Cyclamen willen graag vóór het planten eerst een nacht in water worden geweekt.
Tijdig planten. Bollen moeten een goed wortelstelsel kunnen vormen voordat de vorst invalt en ze doen dat vrij snel zolang de bodemtemperatuur nog tussen de 5 en 10 °C ligt.
Planten op de juiste diepte. Plant bloembollen met minimaal tweemaal de hoogte van de bol aan aarde erbovenop. Alleen Lillium candidum en Cyclamen willen maar een dun laagje aarde.
Blad niet te vroeg afsnijden.
Voldoende voeding. Verwilderingsbollen en ook tulpen die worden geplant voor meerjarenbloei hebben op een gegeven moment extra voeding nodig. In het voorjaar kun je organische meststof, zoals koemestkorrels, toedienen.
Klisters delen. Bij bolgewassen die klisters (bijbollen) vormen, moeten na een aantal jaren de bijbollen van de moederbollen worden gehaald en opnieuw geplant. (Door: Noortje Krikhaar, foto’s: De Theetuin, Weesp)
Meer informatie is te vinden in Kleur je tuin, combinaties van vaste planten en bloembollen van Jacqueline van Der Kloet. ISBN 978 94 6250 027 3

Tip

Als je voorjaarsbollen tussen de aanwezige vaste planten plant, nemen de vaste planten het aan het einde van de bloeitijd over. Met hun steeds hoger opgroeiend blad en bloemstengels onttrekken zij het vergelend en uiteindelijk verdrogend blad van de bollen uit het zicht. Dat blad kan dan in alle rust afsterven. Afknippen is uit den boze: uit dat blad haalt de bol zijn voedingsstoffen voor een nieuw groeiseizoen.

1: Tulpen ‘Ballerina’, ‘Daydream’ en Flashback’.
2: Tulpen ‘Jacqueline’ en ‘Mariette’ en narcissen poeticus recurvus.
3: Jacqueline van der Kloet: “De sfeer van de bollen moet aansluiten bij de sfeer van de tuin.”
4: Tulpen ‘White Triumphator’, ‘Spring Green’ en ‘Black Hero’.