De Rooy Hoveniers: ‘Achteroverleunen zit niet in ons’

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

In het lichte pand en de omliggende weelderige tuin van De Rooy Hoveniers in het Noord-Brabantse Dussen kijk je je ogen uit. De mix van robuuste materialen, bijzondere vormen en kleurgebruik valt direct op. Niet voor niets won het bedrijf, nadat het vier jaar geleden ook al raak was, dit jaar opnieuw de titel ‘Tuin van het jaar’. Wat is het geheim van het succes van de neven Ben en Günther de Rooy, die samen het familiebedrijf runnen?

De grootvader van Ben (43) en Günther (42) de Rooy begon in 1940 met een fruitkwekerij. “Net na de oorlog deed hij veel in de ruilverkaveling. Hij maakte bossen en groensingels voor Staatsbosbeheer en gemeenten. Onze beide vaders hebben zich verder gespecialiseerd in dit vakgebied”, vertelt Ben de Rooy. Samen met zijn neef Günther nam hij het bedrijf in 2009 officieel over. “Maar dat is heel geleidelijk gegaan. Sinds we kunnen lopen, zijn we hier te vinden. Alle vrije uurtjes en vakanties waren we aan het schoffelen en poetsen. Het bedrijf is in de loop der jaren flink gegroeid; onze opa begon aan huis, later werd geïnvesteerd in een schuur en uiteindelijk verhuisden we naar de overkant van de weg. Hier is ruimte voor een modern en groot bedrijfspand met omliggende inspiratietuin.”

Topsport

Terwijl Ben de Rooy verantwoordelijk is voor het rekenwerk, de administratie en zaken als verzekeringen en personeel, kan Günther de Rooy vooral zijn creatieve ideeën kwijt binnen het bedrijf. “Dankzij Ben hoef ik niet om te kijken naar veel praktische zaken. Dat is heel fijn, want ik noem ons werk wel eens topsport. We richten ons op het midden en hogere segment, en daar ligt de lat heel hoog. Klanten zijn veeleisend. Logisch ook, want het kost veel geld. Anders dan bij auto’s, waar mensen direct zien wat ze kopen, verkopen wij een plan. Natuurlijk werken wij met visuals, maar toch moeten mensen je vertrouwen dat het goed komt.” Volgens hem beseffen klanten vaak niet wat er allemaal komt kijken bij het werk van een hovenier. “Ze weten niet wat er achter de schermen nodig is om een bijzondere tuin te maken. Als het twee weken regent, verwachten mensen dat we er op de eerste droge dag weer zijn. Vaak moeten we uitleggen dat het zo niet werkt, dat de grond nog te nat is om te bewerken. De mooiste tuinen maken we bij mensen die echt het hele traject met ons ingaan, die willen weten waarom we iets doen, welke afwegingen we maken. Daar word ik door geprikkeld.”

Aandacht

In 2014 en 2018 won De Rooy Hoveniers de titel ‘Tuin van het jaar’. Waar ‘m dat in zit? Tja, de heren zijn bescheiden, maar na enige aarzeling klinkt het uit de mond van Günther: aandacht. “Ik denk dat het te maken heeft met onze bovenmatige interesse voor het vak. We zijn altijd kritisch op ons eigen werk. Ik wil mezelf ontwikkelen, veel uitproberen en ervan leren. Daarom hebben we af en toe te maken met faalkosten. Dan heb ik iets uitgedokterd, maar blijkt het in de praktijk anders uit te pakken. Daar leer je weer van.” Volgens zijn neef schuilt het geheim van het succes ook in het feit dat ze van klanten de ruimte krijgen om mee te denken, in plaats van dat mensen al een totaalplaatje in hun hoofd hebben en daar aan vasthouden. “Wij zoeken graag naar datgene wat een tuin bijzonder maakt, net anders dan anders. Je moet niet stil gaan staan, achteroverleunen zit niet in ons.”

Hergebruik

Duurzaamheid vinden de heren een containerbegrip geworden. Natuurlijk werken ze duurzaam, maar dat is ook een kwestie van ondernemen. “We combineren graag ritten, dat is bedrijfseconomisch ook logisch. En we vinden het vanzelfsprekend om onderdelen die hergebruikt kunnen worden niet bij het afval te zetten. In plaats van alles uit de oude tuin te halen, bekijken wij het praktisch: wat voor zaken kunnen we nog hergebruiken? Dat hoeft niet in die bewuste tuin te zijn, het kan ook bij een volgend project van pas komen. Zo hebben we hier een berg keien liggen, eigenlijk een afvalproduct. Juist door die keien op een originele manier bij een volgende tuin toe te passen, wordt die tuin weer bijzonder. Noem het duurzaam denken, efficiënt of creatief; het belangrijkste is dat we er een bijzondere tuin door kunnen creëren.”

Afstand nemen

Of de heren nog tips hebben voor collega-hoveniers? “Zeker”, zegt Günther. “Durf geld te vragen als je iets creatiefs biedt. Het ontwerp is de basis, eigenlijk het meest belangrijke van een nieuwe tuin. Al die hoveniers die hun ontwerpkosten wegstrepen van de offerte als ze de opdracht krijgen, ik vind dat niet de juiste weg. Dat moeten we als branche niet willen. Zie het creatieve proces en het plan wat daaruit voortvloeit ook als een dienst. Wij zijn een van de weinigen in de regio die geldt voor het ontwerp vragen. We hebben de tarieven openbaar gemaakt; overal waar we komen weten mensen het al.”
Nog een tweede tip: durf ook ‘nee’ te zeggen. “Een heel enkele keer kom ik ergens en verloopt het eerste of tweede gesprek al stroef. Soms past iets niet bij elkaar, hebben mensen zo’n andere visie of verwachtingen. Dan moet je ook afstand van elkaar durven nemen.”

Gebrek aan goede vakmensen

De neven hebben beiden twee kinderen van tien en twaalf jaar; Günther heeft twee jongens, Ben twee meiden. Of er een opvolger voor het familiebedrijf bij zit? “Dat is nog maar de vraag”, lacht Ben. “Toen wij klein waren, liepen we hier altijd rond. Dat hebben onze kids nu nog niet, maar wie weet komt dat in de toekomst.”
Het zou mooi zijn, want goede vakmensen vinden is lastig, vervolgt hij. “We hebben achttien medewerkers, maar nieuwe aanwas van goed geschoold personeel is moeilijk. Binnen het samenwerkingsverband van Tophoveniers waar we bij zijn aangesloten, bespreken we momenteel de mogelijkheid om een roulatiesysteem voor studenten op te zetten. Doel is dat de stagiair bij elk van de aangesloten hoveniers in de keuken kijkt. Want alle hoveniers hebben hetzelfde probleem; er komen gewoonweg te weinig mensen van de opleiding af”, aldus Ben.
Dat de jeugd niet warm loopt voor het hoveniersvak, ligt volgens Günther de Rooy vooral aan heersende vooroordelen. “Veel mensen denken bij het vak van tuinman of hovenier aan iemand die aan het schoffelen is. Maar eigenlijk bestaat ons vak uit wel tien beroepen in één: we zijn stratenmaker, vijverspecialist, metselaar, elektricien et cetera. Als dat niet meer afwisselend en dynamisch is, dan weten wij het ook niet meer.” (Door: Daphne Doemges)