‘Slakken zijn natuurlijk onderdeel van de tuin’

‹ Terug naar overzicht
z Geplaatst op:

Slakken een probleem? Het is maar net hoe je er tegenaan kijkt. Een belronde langs hoveniers kriskras door het land – van oost naar west en van noord naar zuid – levert vooral tolerantie op voor slakken. “Ze horen er gewoon bij, als onderdeel van de natuur”, is de algemene strekking.

De gevlekte akkerslak (Deroceras reticulatum).

Geen van de hoveniers kent tuinen die gedomineerd worden door slakken, sterker nog: schade door slakken is geen issue. Dat stelt ook de belangenvereniging VHG, die de slakkenproblematiek ‘nog nooit geagendeerd’ heeft. Het lijkt dus allemaal wel mee te vallen met de slakkenoverlast. De meeste tuinliefhebbers kunnen leven met het beetje schade die slakken aanrichten. Maar het kan ook in één keer uit zijn met de pret. Slakken kunnen keihard toeslaan en met hun grote vraatzucht een verwoestend spoor achterlaten. Dan kan de liefde omslaan in een vreselijke hekel aan die slijmerige veelvraten. In de siertuin hebben vooral hosta’s te lijden van slakkenvraat. De prachtige grote bladeren kunnen in een mum van tijd vol gaten zitten. En ook jong perkgoed en jonge slaplantjes in de moestuin, zijn niet veilig. Slakken kunnen het hele jaar aanvallen, maar in het voorjaar als het blad mals is, is het opletten geblazen. Ze zijn vooral ’s avonds en ’s nachts actief, bij natte en vochtige weersomstandigheden. Van alle ongeveer 150 soorten landslakken in Nederland zijn de Segrijnslak (Cornu aspersum) en de gevlekte akkerslak (Deroceras reticulatum) het meest gevreesd, omdat deze twee soorten de meeste schade veroorzaken. In elke tuin leven honderden slakken in de grond. De meeste zijn nuttig. Huisjesslakken, zoals de gewone tuinslak, (Cepaea nemoralis), eten voornamelijk algen, dood blad of humus.

De schadelijke naakt- en huisjesslakken komen in de ene tuin meer voor dan in de andere. Hoveniers reageren laconiek op de vraag waarom de één veel slakken in de tuin heeft en de ander niet. En waarom de één zich er druk om maakt en de ander zich er totaal niet om bekommert. Op klei en veengrond voelen slakken zich meer thuis dan op droge zandgrond, is het luchtige antwoord, gevolgd door het praktische advies: “Als je last hebt van slakken, dan moet je er iets aan doen.”

Anders kijken

De meest voor de hand liggende oplossing om geen last van slakken te hebben, is volgens de meesten: “Houd bij het plantplan rekening met de slakgevoelige soorten. Kies planten waar slakken niet van houden.” Dat zijn soorten met een sterke geur zoals bijvoorbeeld oostindische kers (Tropaeolum majus), vingerhoedskruid (Digitalis), rouwenmantel (Alchemilla) lavendel (Lavendula angustifolia) en goudsbloem (Calendula officinalis). En soorten met hard blad – zoals kerstroos (Helleborus), akelei (Aquilegia) en siergrassoorten – of met behaard blad. Denk dan onder meer aan ezelsoor (Stachys byzantina).

Met deze ‘antislak’-soorten, naast beplanting die wél gevoelig is voor slakkenvraat, zal de vraatschade aanzienlijk minder zijn. “En als je helemaal géén schade accepteert, dan moet je helemáál geen soorten planten die gevoelig zijn voor slakken. Want ‘tuinieren is genieten, niet ergeren’”, aldus een vakgenoot. Of: “Als je een natte tuin hebt, kijk dan uit met hosta. En wil je ze per se toch, kies dan de ruigere soorten met een harder blad, zoals Hosta sieboldiana, die minder in trek zijn bij slakken.” Ook het vergroten van de biodiversiteit in de tuin wordt genoemd door de hoveniers. “Zorg dat de tuin aantrekkelijk is voor vogels, muizen en egels, de natuurlijke vijanden van de slak.” Een alternatief van een heel andere orde is: kijk met andere ogen. “Hoe erg is een aangevreten hostablad nou eigenlijk? Een geraamte in plaats van een vol blad is een waar kunstobject.”

Een andere oplossing is om de leefomgeving niet te aantrekkelijk te maken voor slakken. Coniferen, klimop en buxushagen zijn ideale leefplekken, evenals een composthoop en tuinafval.

De Segrijnslak (Cornu aspersum).

Maatregelen

Hoveniers grijpen niet gauw naar middelen die slakken doden. Ze gunnen planten en dieren een plekje in de tuin en zijn in toenemende mate, zoals een oude rot in het vak met meer dan veertig jaar ervaring zegt, “natuurminnender gaan denken en handelen door mee te bewegen met de natuur”. De algemene stemming is dat de biodiversiteit in de tuin gestimuleerd moet worden. Van alle methodes lijken hoveniers zich het beste te kunnen vinden in de ‘slakkenjacht’. Volgens sommigen is het handmatig verwijderen “de enige manier die goed werkt”. Het komt erop neer in de slakkentijd, ’s ochtends vroeg of beter nog – met een zaklamp – ’s avonds als het schemert, slakken te verzamelen. Op weg van of naar hun ‘prooi’ zijn ze makkelijk te vangen om ze op een andere plek weer vrij te laten.

Schade voorkomen kan ook door het aanbrengen van mechanische barrières om de planten, waardoor de slakken de planten niet kunnen bereiken. Voorbeelden daarvan zijn het aanbrengen van zaagsel of scherpe producten als fijngestampte eierschalen en koperen slakkenringen. Er zijn ook manieren om de dieren in een hinderlaag te lokken, door potjes met bier in te graven. Ook zijn er chemische en biologische gewasbeschermingsmiddelen in de handel om van de slakken af te komen. De biologische variant is gebaseerd op aaltjes, de natuurlijke vijand van slakken. De nematoden (Phasmarhabditis hermaphrodita) moeten opgelost in water, over de grond worden gegoten. De beste tijd om met de bestrijding te beginnen, is het voorjaar, bij een temperatuur boven 5 oC, en kan doorgaan tot oktober.

Het werkzame bestanddeel van de chemische variant is ijzerfosfaat. De slakkenkorrels worden gestrooid onder de planten en worden ingezet tegen uitsluitend naaktslakken. Leverancier DCM noemt het een milieuvriendelijk middel omdat het niet toxisch is voor het bodemleven en evenmin voor insecten en vogels. Met een zogenoemde ‘hoveniersverpakking’ met een inhoud van 2 kg kan een oppervlakte van 400 m2 volledig vrij blijven van slakken.

Droogte

Hoe het met de slakkenpopulatie is gesteld na opnieuw een lange droge en tropische zomer moet nog blijken. Bekend is dat 2018 voor slakken een slecht jaar was. Daarom valt opnieuw te verwachten dat ook afgelopen zomer flink heeft huisgehouden onder slakken. Naaktslakken kruipen immers naar vochtige lagen in de bodem, maar met de daling van het grondwaterpeil zullen de overlevingskansen mogelijk kleiner zijn. Voor huisjesslakken heeft de droogte wellicht minder impact. Het slakkenhuis biedt bescherming tegen oververhitting.

Suzan Crooijmans

Dit artikel is verschenen in Hoveniersvak 3 2019. Niet ontvangen? Klik dan HIER.